Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniel.
Vandaag lezen we uit Marcus 9:14-29.
Jezus en de drie leerlingen kwamen terug bij de andere leerlingen. Er stond een grote groep mensen om hen heen. Een paar wetsleraren hadden een discussie met de leerlingen. Toen de mensen Jezus zagen, waren ze verrast. Ze liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten.
Jezus vroeg: ‘Waar gaat de discussie over?’ Iemand uit de groep mensen gaf hem antwoord: ‘Meester, ik kwam mijn zoon bij u brengen. Hij heeft een kwade geest in zich en daardoor kan hij niet praten. Elke keer als die geest mijn zoon te pakken neemt, gooit hij hem op de grond. Dan krijgt mijn zoon schuim op zijn mond. Hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik vroeg aan uw leerlingen om die geest uit mijn zoon weg te jagen. Maar ze konden het niet.’
Jezus zei: ‘Wat zijn jullie toch ongelovig! Hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe houd ik dat vol? Breng die jongen hier!’
Ze brachten de jongen bij hem. Toen de kwade geest Jezus zag, schudde hij de jongen hard door elkaar. Met schuim op zijn mond viel de jongen op de grond, en hij rolde heen en weer.
Jezus vroeg aan de vader: ‘Hoe lang heeft hij dit al?’ De vader zei: ‘Hij had het al als klein kind. De kwade geest heeft hem al vaak in het vuur en in het water gegooid. Want hij wil hem doden. Als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ Jezus zei: ‘Je vraagt of ik iets kan doen? Als je gelooft, kan alles!’ Toen riep de vader van de jongen: ‘Ik geloof! Help me om mijn ongeloof te overwinnen!’
Jezus zag dat de mensen steeds dichterbij kwamen staan. Hij zei streng tegen de kwade geest: ‘Ga weg uit deze jongen, en kom nooit meer terug! Want door jou kan hij niet horen en niet praten.’
De geest schreeuwde, schudde de jongen hard door elkaar en ging weg. De jongen bleef doodstil liggen. De mensen dachten dat hij dood was. Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan.
Later waren Jezus en de leerlingen alleen in een huis. De leerlingen vroegen aan Jezus: ‘Waarom konden wij die kwade geest niet wegjagen?’ Jezus antwoordde: ‘Je kunt dit soort geesten alleen wegjagen door te bidden.’
<a href="https://www.debijbel.nl/bgt">Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap</a>
https://www.debijbel.nl/bijbel/BGT/MRK.9.14-MRK.9.29
----
De woorden van Jezus kunnen hard klinken: ‘Wat zijn jullie ongelovig! Hoe lang moet ik bij jullie blijven? Als je gelooft, kan alles!’ Deze woorden kunnen vragen oproepen. Bijvoorbeeld als je ziek bent en niet beter wordt: is mijn geloof dan niet groot genoeg? Maar als je verder leest in het evangelie volgens Marcus, zie je dat de vader van de zieke zoon zegt: ‘Ik geloof! Help me om mijn ongeloof te overwinnen!’ En Jezus helpt de vader, want Hij geneest zijn zoon. Zo komt Gods nieuwe wereld ineens heel dichtbij.
Welke dingen zou jij vandaag aan God willen overlaten? Zeg ze eens hardop, en kijk wat er dan gebeurt.