Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Vandaag lezen we uit Handelingen 10:23b-48.

Toen nodigde Petrus de mannen uit om binnen te komen, en te blijven eten en slapen.
De volgende dag ging Petrus samen met de mannen op weg naar Cornelius. Er gingen ook een paar gelovigen uit Joppe mee. Een dag later kwamen ze in Caesarea aan. Daar wachtte Cornelius op hen. Hij had zijn familie en zijn beste vrienden ook uitgenodigd.
Toen Petrus eraan kwam, ging Cornelius meteen naar hem toe. Vol eerbied knielde hij voor Petrus. Maar die trok hem overeind en zei: ‘Sta op, ik ben maar een gewoon mens.’ En terwijl ze met elkaar praatten, liepen ze het huis in.
Petrus zag dat er veel mensen waren. Hij zei tegen hen: ‘Jullie weten dat een Jood niet mag omgaan met mensen die niet Joods zijn. Ik mag eigenlijk niet eens bij jullie in huis komen! Maar God heeft mij iets geleerd. Ik mag over niemand zeggen dat hij onrein is, of dat hij niet bij God kan horen. Daarom ben ik gewoon gekomen toen jullie mij uitnodigden. Maar mijn vraag is: Waarom hebben jullie mij laten komen?’
Cornelius antwoordde: ‘Vier dagen geleden was ik hier in mijn huis aan het bidden. Het was drie uur in de middag. Opeens stond er een man voor me in stralend witte kleren. Hij zei: ‘Cornelius, God heeft je gebed gehoord. En hij heeft gezien dat je veel geld geeft aan arme Joden. Nu moet je een paar mannen naar Joppe sturen om Simon Petrus te halen. Simon Petrus logeert bij een man die ook Simon heet. Die Simon maakt leer van dierenhuiden. Hij woont in een huis bij de zee.’
Toen heb ik meteen een paar mannen naar u toe gestuurd. En het is goed dat u hier bent gekomen. Nu zijn wij allemaal bij elkaar om God te eren. Vertel ons alles wat u van de Heer moet zeggen. Wij luisteren.’
Toen begon Petrus te spreken. Hij zei: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God alle mensen even belangrijk vindt. God houdt van iedereen die eerbied voor hem heeft en leeft volgens zijn wil. Het maakt niet uit bij welk volk je hoort.
Dat goede nieuws heeft God aan de Joden bekendgemaakt. Hij stuurde Jezus Christus naar hen toe. En Jezus is de Heer van alle mensen.
Jullie weten wat er overal in het Joodse land gebeurd is. Het begon in Galilea met Johannes de Doper. Die vertelde aan de mensen dat ze zich moesten laten dopen.
Daarna liet God zien dat hij Jezus uit Nazaret uitgekozen had. God gaf hem de heilige Geest, en hij gaf hem kracht.
Jezus reisde door het land. Hij deed overal goede dingen, en alle mensen die in de macht van de duivel waren, werden door hem genezen. Jezus kon al die dingen doen omdat God hem hielp. Ik en de andere apostelen hebben alles gezien. En nu vertellen wij wat Jezus overal in het land en in Jeruzalem gedaan heeft.
Jezus is in Jeruzalem aan het kruis gehangen. Zo is hij gedood. Maar drie dagen later heeft God hem laten opstaan uit de dood. En God zorgde ervoor dat wij hem konden zien. Niet iedereen heeft hem gezien, maar wij wel. God had ons daarvoor van tevoren uitgekozen, zodat wij erover konden vertellen.
Nadat Jezus uit de dood was opgestaan, hebben wij samen met hem gegeten en gedronken. Toen zei hij: ‘God heeft mij rechter gemaakt van de hele wereld. Op een dag zal ik rechtspreken over alle mensen, de levenden en de doden. Dat moeten jullie aan het hele Joodse volk gaan vertellen.’
Alle profeten van vroeger hebben over Jezus verteld. Zij zeiden dat je zonden vergeven worden als je in hem gelooft.’
Terwijl Petrus nog aan het praten was, kwam de heilige Geest in alle mensen die naar hem luisterden. Door de heilige Geest gingen ze in verschillende talen spreken. In al die talen dankten ze God. De Joodse gelovigen die met Petrus meegekomen waren, hoorden dat. Ze waren erg verbaasd. Want ze dachten dat mensen van andere volken de heilige Geest niet konden krijgen.
Petrus zei: ‘Al deze mensen hebben de heilige Geest gekregen, net zoals wij. Dat betekent dat we hen nu ook mogen dopen.’ En hij gaf opdracht om Cornelius en iedereen die bij hem hoorde, te dopen in de naam van Jezus Christus.
Daarna vroegen de mensen die daar waren, of Petrus nog een paar dagen wilde blijven.


<a href="https://www.debijbel.nl/bgt">Bijbel in Gewone Taal © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap</a>
https://www.debijbel.nl/bijbel/BGT/ACT.10.23-ACT.10.48

---

Als Petrus niet door de droom en de heilige Geest was aangespoord, was hij misschien niet op de uitnodiging van de Romeinse officier Cornelius ingegaan. Een Romeinse officier (een van de bezetters, onrein en heiden) en een Jood - dat was niet zo'n goede combinatie in die tijd! Maar opnieuw laat God zien dat het goede nieuws niet beperkt is tot het volk van Israël, nee, God wil zelfs deze Romeinse man deel laten worden van de jonge kerk. Let eens op het geloof van Cornelius - hij gelooft dat Petrus zal komen en nodigt al van tevoren zijn vrienden en familie uit om erbij te zijn!  

Wie zou jij willen uitnodigen om te horen over het goede nieuws van Jezus?