Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag lezen we uit Handelingen 11:19-30.
Sinds de moord op Stefanus werden de gelovigen in Judea vervolgd. Daarom waren er veel gelovigen uit Jeruzalem weggegaan. Ze kwamen op het eiland Cyprus, in Fenicië en in Antiochië terecht, en vertelden daar het goede nieuws. Maar ze vertelden het alleen aan de Joden die daar woonden.
Een paar gelovigen van het eiland Cyprus en uit de stad Cyrene gingen naar Antiochië. Zij vertelden het goede nieuws over de Heer Jezus ook aan de Grieken die daar woonden. De Heer zelf hielp hen daarbij. En veel Grieken veranderden hun leven en gingen in de Heer geloven.
De gelovigen in Jeruzalem hoorden wat er in Antiochië gebeurde. Daarom stuurden ze Barnabas erheen. Barnabas was een goed mens. Hij had een groot geloof en werd geleid door de heilige Geest.
Toen Barnabas in Antiochië aankwam, werd hij heel blij. Want hij zag wat er door de goedheid van God in de stad gebeurd was. Hij zei tegen iedereen: ‘Ga door met wat je doet, en blijf trouw aan de Heer.’
Veel mensen in Antiochië gingen in de Heer geloven.
Daarna ging Barnabas naar de stad Tarsus om Saulus te zoeken. Toen hij Saulus gevonden had, nam hij hem mee naar Antiochië. Een heel jaar lang werkten ze samen in de kerk van Antiochië. En ze gaven aan veel mensen uitleg over Jezus. In Antiochië werden de volgelingen van Jezus voor het eerst ‘christenen’ genoemd.
In die tijd kwamen er profeten uit Jeruzalem naar Antiochië. Eén van hen heette Agabus. De heilige Geest liet Agabus zeggen dat er een grote hongersnood zou komen in de hele wereld. En dat is later inderdaad gebeurd, in de tijd van keizer Claudius.
De christenen in Antiochië besloten dat ze hulp zouden sturen naar de christenen in Judea. Iedereen gaf zo veel geld als hij kon missen. Daarna stuurden ze Barnabas en Saulus met het geld naar de leiders van de kerk in Judea.
---
De volgelingen van Jezus worden in Antiochië (in het huidige Turkije) voor het eerst christenen genoemd (11:26). Eerder werden zij nog 'mensen van de weg' genoemd (Handelingen 9:2). Het woord christenen betekent 'aanhangers van Christus'. Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord 'messias', wat 'gezalfde' betekent. Het is een titel uit het Oude Testament die de mensen al gauw aan Jezus toekenden. Aan het einde van de eerste eeuw was de term 'christenen' wijdverspreid.
Wat betekent het voor jou om in je dagelijks een volgeling van Jezus te zijn?