Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag lezen we uit Marcus 10:17-31.
Toen ze verdergingen, kwam er iemand op Jezus af. Hij knielde voor Jezus en vroeg: ‘Goede meester, hoe kan ik het eeuwige leven krijgen?’
Jezus zei tegen hem: ‘Je noemt mij goed, maar waarom? Alleen God is goed, verder niemand. En je weet toch welke regels er in de wet staan? Je mag niemand vermoorden. Je mag niet vreemdgaan. Je mag niet stelen. Je mag niet liegen. En je moet eerlijk zijn en respect hebben voor je vader en je moeder.’
Toen zei die man: ‘Meester, ik houd me aan al die regels. Al mijn hele leven.’ Jezus keek vol liefde naar de man. Hij zei: ‘Er is nog één ding dat je moet doen. Ga naar huis, verkoop alles wat je hebt en geef het geld aan de armen. Dan ligt er in de hemel een grote beloning voor je klaar. Als je alles weggegeven hebt, kun je terugkomen en met mij meegaan.’
Toen de man dat hoorde, werd hij somber. Hij liep teleurgesteld weg. Want hij was erg rijk.
Jezus keek zijn leerlingen aan en zei: ‘Het is erg moeilijk voor rijke mensen om in Gods nieuwe wereld te komen.’ De leerlingen schrokken van die woorden.
Maar Jezus herhaalde het nog een keer. ‘Vrienden,’ zei hij, ‘het is erg moeilijk om in Gods nieuwe wereld te komen. Denk je dat rijke mensen in Gods nieuwe wereld kunnen komen? Je zult nog eerder een kameel door het oog van een naald zien gaan!’
Nu schrokken de leerlingen nog veel meer. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Maar wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus keek hen aan en zei: ‘Als het van mensen afhangt, kan niemand gered worden. Maar het hangt van God af. En voor God is alles mogelijk.’
Toen vroeg Petrus: ‘Maar hoe zit het met ons? Wij hebben alles achtergelaten om met u mee te gaan.’
Jezus zei: ‘Luister goed naar mijn woorden: Als je kiest voor mij en voor het goede nieuws, moet je bereid zijn om alles op te geven: je broers en je zussen, je ouders en je kinderen, je huis en je land. Maar je krijgt er honderd keer zo veel voor terug: broers en zussen, ouders en kinderen, huizen en land. Je zult het heel moeilijk hebben. Maar als Gods nieuwe wereld komt, krijg je het eeuwige leven.’
Jezus zei verder: ‘De belangrijkste mensen zullen achteraankomen. En de onbelangrijkste mensen zullen vooraan staan.’
----
Gisteren lazen we over de kinderen die bij Jezus worden gebracht. Jezus zei toen dat juist kinderen op een heel natuurlijke manier bij Hem en bij Gods nieuwe wereld horen. Voor de man in het verhaal vandaag geldt het tegenovergestelde. Hij houdt zich aan alle regels, maar zijn geld, zijn status en zijn plek in de maatschappij wil hij niet zomaar opgeven voor een beloning in een neuwe wereld die misschien wel nooit aanbreekt. Schatten in het hier en nu zijn nu eenmaal aantrekkelijker dan schatten in de hemel.
Herken je de aarzeling van de man in het verhaal? Wat vind jij zo mooi aan de gedachte aan Gods nieuwe wereld dat je er toch iets voor wil opgeven?