Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Vandaag lezen we uit Marcus 10:32-45.

Jezus en de leerlingen waren op weg naar Jeruzalem. De leerlingen waren ongerust. Ook de andere mensen die meegingen, waren bang voor wat er zou gaan gebeuren.
Jezus liep voorop. Hij sprak nog eens apart met de twaalf leerlingen. Hij vertelde hun wat er met hem zou gaan gebeuren. Hij zei: ‘We zijn op weg naar Jeruzalem. Daar zal de Mensenzoon uitgeleverd worden aan de priesters en de wetsleraren. Zij zullen besluiten dat hij gedood moet worden. Ze zullen hem uitleveren aan de ongelovigen. Die zullen hem bespotten, hem in zijn gezicht spugen en met de zweep slaan. Daarna zullen ze hem doden. Maar drie dagen later zal hij opstaan uit de dood.’
De broers Jakobus en Johannes kwamen naar Jezus toe met een vraag. Ze zeiden: ‘Meester, wilt u ons iets beloven?’ Jezus vroeg: ‘Wat moet ik jullie beloven?’
Zij zeiden: ‘Als u straks bij God bent, mogen wij tweeën dan naast u zitten? De één rechts en de ander links?’ Maar Jezus antwoordde: ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Jullie weten toch wat ik moet meemaken: ik moet lijden en gedood worden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Ze zeiden: ‘Ja, dat kunnen we.’
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Inderdaad. Jullie zullen hetzelfde meemaken als ik. Ook jullie zullen lijden en gedood worden. Maar ik bepaal niet wie er straks naast mij mogen zitten. Dat bepaalt God.’
De andere leerlingen hoorden wat Jakobus en Johannes gezegd hadden. Ze werden kwaad. Jezus riep de leerlingen bij elkaar en zei: ‘Jullie weten hoe het gaat in de wereld. Koningen heersen over hun volk. En mensen met macht spelen de baas over anderen.
Maar zo mag het bij jullie niet gaan. Als je de belangrijkste wilt zijn, moet je de anderen dienen. Als je de voornaamste wilt zijn, moet je de anderen dienen zoals een slaaf doet. Want ook ik, de Mensenzoon, ben niet gekomen om over mensen te heersen. Ik ben er juist om mensen te dienen. Ik zal mijn leven geven om veel mensen te redden.’

---

De leerlingen van Jezus zijn steeds ongerust. Wat zal er met Jezus en met hen gebeuren als ze in Jeruzalem aankomen? Er is ook onrust over de toekomst na dit leven. Zullen zij nog bij Jezus in de buurt zijn? Twee leerlingen besluiten het Jezus te vragen: mogen wij dan naast U zitten? Terwijl Jezus zich voorbereidt op zijn lijden en sterven, zijn de leerlingen bezig een goed plaatsje voor zichzelf te regelen. Jezus antwoordt: je hoort bij Mij wanneer je de ander dient.

Dienend leiderschap gaat uit van de nood en behoefte van de ander. Ken jij voorbeelden van dienende leiders?