Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag lezen we uit Marcus 10:46-52.
Jezus en de leerlingen kwamen in Jericho. Ze liepen door de stad, en een grote groep mensen liep mee. Toen ze de stad weer uit gingen, zat er een blinde bedelaar langs de kant van de weg. Hij heette Bartimeüs.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te roepen: ‘Jezus! Zoon van David! Heb medelijden met mij!’ De mensen zeiden: ‘Houd toch je mond!’ Maar hij begon nog veel harder te roepen: ‘Zoon van David! Heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei: ‘Roep die man hier.’ De mensen riepen de man. Ze zeiden: ‘Rustig maar. Sta op, Jezus roept je.’ Meteen liet de man zijn jas op de grond vallen. Hij sprong op en ging naar Jezus.
Jezus vroeg aan hem: ‘Wat kan ik voor je doen?’ De blinde man antwoordde: ‘Meester, ik wil weer kunnen zien.’ Jezus zei: ‘Dat is goed. Je bent beter geworden dankzij je geloof.’ Op datzelfde moment kon de man weer zien. Hij ging met Jezus mee, op weg naar Jeruzalem.
---
Een deel van het Joodse volk verwachtte dat er een nakomeling van David zou komen. Die zou ervoor zorgen dat Israël weer één koninkrijk zou zijn. Jezus is inderdaad de Zoon van David. Maar Hij komt niet met geweld. Hij komt juist om onbelangrijke mensen te helpen, zoals de blinde Bartimeüs. Juist Bartimeüs ziet wie Jezus is: de ‘Zoon van David’. De manier waarop Jezus naar hem omziet, is verrassend. Hij geneest Bartimeüs niet zomaar, maar vraagt eerst wat hij voor hem kan doen.
Wat zou jij antwoorden als Jezus deze vraag aan jou zou stellen?