Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Vandaag lezen we uit Hebreeën 4:1-11.

God heeft aan zijn volk een land van rust beloofd. De mensen in de tijd van Mozes hadden dat goede nieuws gehoord. Toch hadden ze er niets aan, want ze geloofden het niet. Daarom zei God tegen hen: «Zo zeker als ik leef, nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!»
Gods belofte over het land van rust geldt nog steeds. Dat land is Gods nieuwe wereld. Wij mogen daarin binnengaan, want wij geloven het goede nieuws wel. Maar let op: We moeten blijven doen wat God wil. Want alleen dan kunnen we Gods land van rust echt binnengaan.
Misschien denkt iemand dat het land van rust nog niet bestond in de tijd van Mozes. Maar alles was er al toen God de wereld gemaakt had. Ergens in de heilige boeken staat: «Op de zevende dag rustte God uit van al zijn werk.» Toen was het land van rust er dus al.
Er staat dus: «Nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!» De eerste mensen die hoorden over Gods land van rust, gingen er niet binnen. Want ze waren niet gehoorzaam aan God. Maar er zullen ook mensen zijn die er wel binnengaan.
God heeft bepaald dat dat nu gaat gebeuren. Want hij heeft David laten zeggen: «Vandaag spreekt God tot jullie. Luister goed. Verzet je niet tegen hem.» David leefde lang na Mozes, maar God liet David toch het woord ‘vandaag’ gebruiken. Dat had hij niet gedaan als het volk al vanuit de woestijn het land van rust binnengegaan was.
De echte rust moet dus nog komen voor het volk van God. Want als je Gods nieuwe wereld binnengaat, dan mag je uitrusten van al je werk. Net zoals God uitrustte van zijn werk.
Laten wij dan ons uiterste best doen om dat land van rust binnen te gaan! Laten we vasthouden aan ons geloof. En laten we niet ongehoorzaam zijn, zoals het volk in de woestijn.

----

Na de bevrijding uit slavernij kwam het volk van God na een lange reis door de woestijn eindelijk aan bij het beloofde land. De schrijver van de brief aan de Hebreeën ziet het als een voorbode van het moment waarop de gelovigen na een lange reis op aarde uiteindelijk aankomen in het beloofde land bij God. Daar gaan de gelovigen de eeuwige rust binnen. 
 De schrijver zegt dat dit land van rust al bestaat sinds het begin van de wereld, omdat God uitrustte na de scheppingsweek (vers 4). Als voorproefje van die eeuwige rust gaf God allereerst een wekelijkse rustdag. Het volk wordt er steeds aan herinnerd deze rustdag in ere te houden. De traditie van een rustdag is ook voor christenen belangrijk. Het herinnert ons eraan dat we die rust binnen kunnen gaan door het lijden en de opstanding van Jezus Christus. In veel kerken wordt daarom op zondag de paaskaars aangestoken. Het is een beeld van hoop: vieren we nu nog elke week de zondag, straks zal het voor altijd Pasen zijn! 
 Bovendien stelde God eens per jaar een sabbatsjaar in, waarin mensen, dieren en akkers tot rust konden komen. En aan het eind van de tijd volgt er een eeuwige sabbatsrust, waarin de hele schepping tot rust komt en gelovigen voor altijd in Gods aanwezigheid mogen wonen. 

Wat is jouw beeld van de hemel? Hoe stel jij je die eeuwige rust voor?