Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Peter.

Vandaag lezen we uit Marcus 12:13-27.

De leiders stuurden een paar farizeeën en dienaren van koning Herodes naar Jezus toe. Die moesten proberen om Jezus iets te laten zeggen dat strafbaar was. Ze kwamen bij Jezus en zeiden: ‘Meester, u spreekt altijd de waarheid. U zegt geen andere dingen om mensen een plezier te doen, of omdat u bang bent. U vertelt altijd precies wat God van ons wil. Zeg eens, mogen wij belasting betalen aan de keizer of niet?’
Maar Jezus wist dat ze met die vraag een slechte bedoeling hadden. Hij zei: ‘Jullie willen mij in de val laten lopen! Vooruit, laat mij eens een geldstuk zien.’ De farizeeën en de dienaren gaven hem een geldstuk. Toen zei Jezus: ‘Wie staat er op deze munt?’ Ze antwoordden: ‘De keizer.’
Toen zei Jezus: ‘Geef aan de keizer wat voor de keizer is. En geef aan God wat voor God is.’ Hun mond viel open van verbazing over dat antwoord.
Toen kwamen er sadduceeën naar Jezus toe. Sadduceeën geloven niet dat de mensen zullen opstaan uit de dood. Ze zeiden tegen Jezus: ‘Meester, in de wet van Mozes staat deze regel: «Het kan gebeuren dat een man sterft zonder kinderen, en dat zijn vrouw alleen achterblijft. Dan moet de broer van die gestorven man trouwen met de weduwe. Hij moet zorgen dat er een kind komt voor zijn gestorven broer.»
Maar stel: Er zijn zeven broers. De oudste trouwt. Maar hij sterft zonder kinderen, en zijn vrouw blijft alleen achter. Dan trouwt de tweede broer met de vrouw. Maar ook hij sterft zonder kinderen. Met de derde broer gaat het net zo. En met de anderen ook. Alle zeven broers sterven zonder kinderen. Als laatste sterft de vrouw. Nu is onze vraag: Wat gebeurt er als de mensen opstaan uit de dood? Met wie zal die vrouw dan getrouwd zijn? Want alle zeven broers zijn met haar getrouwd geweest!’
Jezus antwoordde de sadduceeën: ‘Jullie hebben het helemaal fout! Jullie begrijpen de heilige boeken niet. En jullie begrijpen niet hoe machtig God is. Als de mensen opstaan uit de dood, dan leven ze niet meer als getrouwde mensen. Dan leven ze zoals de engelen in de hemel.’
Jezus zei verder: ‘Jullie geloven niet dat de mensen zullen opstaan uit de dood. Maar jullie kennen het verhaal over de brandende doornstruik in het boek van Mozes toch wel? Daar zegt God tegen Mozes: «Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob.» God is geen God van dode mensen, maar van levende mensen. Jullie hebben het dus helemaal fout.’

----

Jezus praat met verschillende groepen Joden, zoals de farizeeën en de sadduceeën. Ze hebben hun eigen opvattingen over het geloof en de Joodse wet en eigen ideeën over godsdienst en politiek. Belangrijker dan de verschillen is wat Jezus antwoordt: geef aan de machthebbers van deze wereld wat van hen is, en geef aan God wat van God is. Geloof in God als een God van levende mensen, ook na de dood. En het allerbelangrijkste: houd van God én van de mensen om je heen evenveel als van jezelf. 

Welke van deze drie antwoorden van Jezus brengt voor jou Gods nieuwe wereld het meest dichtbij?