Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we uit Nehemia 7:72-8:3 en 8:8-12.
Toen gingen de priesters, de Levieten, de andere mensen die in de tempel werkten en de rest van de Israëlieten terug naar hun eigen steden.’
Op de eerste dag van de zevende maand kwamen de Israëlieten allemaal naar het plein voor de Waterpoort. Ze vroegen aan Ezra, die priester en schrijver was, of hij het boek met de wet van Mozes wilde halen. In dat boek stonden alle wetten en regels die de Heer aan de Israëlieten gegeven had.
Ezra haalde het wetboek en liet het zien aan alle mensen die daar bij elkaar waren. Alle mannen, vrouwen en kinderen die oud genoeg waren om de wet van Mozes te begrijpen, zagen het boek.
Op het plein voor de Waterpoort ging Ezra op een houten podium staan. Dat podium was speciaal voor hem gemaakt. Naast hem, aan zijn rechterkant, stonden Mattitja, Sema, Anaja, Uria, Chilkia en Maäseja. Aan zijn linkerkant stonden Pedaja, Misaël, Malkia, Chasum, Chasbaddana, Zecharja en Mesullam. Omdat Ezra hoger stond dan het volk, kon iedereen hem zien. Toen hij het boek opende, ging iedereen staan. Ezra begon hardop voor te lezen uit het boek. Hij las de hele dag, en iedereen luisterde ernaar.
De ene Leviet las eerst luid en duidelijk een stuk voor uit het boek met de wet van God. En daarna legde een andere Leviet het stuk uit. Zo kon iedereen begrijpen wat er voorgelezen werd.
Toen het volk hoorde wat er in het wetboek stond, moest iedereen huilen. Maar Nehemia, de provinciebestuurder, zei: ‘Huil niet.’ En ook Ezra en de Levieten die de wetten voorgelezen en uitgelegd hadden, zeiden dat het volk niet moest huilen. Ze zeiden: ‘Deze dag is een heilige dag, een dag ter ere van de Heer, jullie God! Daarom moeten jullie niet verdrietig zijn. Ga thuis een feestelijke maaltijd klaarmaken met lekker eten en drinken. En deel je feestmaal met mensen die niets hebben. Want dit is een heilige dag, een dag ter ere van de Heer. Droog je tranen, en wees blij met wat de Heer voor jullie doet. Hij geeft jullie steeds nieuwe kracht!’ De Levieten vroegen de mensen om rustig te blijven en op zo’n bijzondere dag niet verdrietig te zijn.
Toen ging iedereen naar huis om te eten en te drinken. En ze deelden hun feestmaal met anderen. Ze maakten er een groot en vrolijk feest van. Want ze hadden goed begrepen wat Ezra en de Levieten gezegd hadden.
---
Onder leiding van Nehemia keert een grote groep Israëlieten terug naar hun eigen land. Zodra ze een dak boven hun hoofd hebben, raken ze ook geïnteresseerd in hun oorspronkelijke religie. Wat stond er ook alweer in de wet? Hoe was vroeger in hun eigen land de tempeldienst georganiseerd?
Ezra haalt het boek tevoorschijn. Wat een sensatie! Eindelijk worden de woorden van God voorgelezen. Uren en uren staan ze daar. Als het dan even later ook nog uitgelegd wordt, zijn ze diep geraakt.
Ze zijn in tranen. Misschien omdat de teksten een diep heimwee naar God in hen wakker geroepen hebben. Misschien ook wel omdat ze zich realiseren dat ze zich tot nu toe niet aan de wetten gehouden hebben.
Maar hun leiders gaan niet mee in het gejammer: ‘Wees niet bedroefd, want de vreugde die de HEER u geeft, is uw kracht’ (vers 10). Het gevolg is een groot volksfeest waarin de mensen samen eten en drinken omdat ze als volk de woorden weer hebben gehoord en begrepen.
Welke reactie roept het lezen van Gods woorden in jou op?