Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.

Vandaag lezen we uit Johannes 6:60-68.

Veel volgelingen van Jezus die dat hoorden, zeiden: ‘Dit gaat te ver! Hier kunnen we niet naar luisteren!’ Jezus wist dat ze protesteerden, en hij zei tegen hen: ‘Jullie ergeren je aan mijn woorden. Maar stel dat jullie de Mensenzoon omhoog zien gaan naar de plaats waar hij vandaan gekomen is. Zullen jullie mij dan geloven?
Het aardse bestaan kan jullie niet redden. Alleen de heilige Geest geeft het eeuwige leven. Als je mijn woorden gelooft, zul je de heilige Geest krijgen, en zul je leven. Maar sommigen van jullie geloven mijn woorden niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet in hem zouden geloven. En hij wist ook wie hem zou uitleveren aan zijn vijanden.
Toen zei Jezus: ‘Ik heb jullie al gezegd: De Vader brengt de mensen die bij mij horen, naar mij toe. Alleen zij kunnen bij mij komen.’
Toen liepen veel volgelingen van Jezus weg. Ze gingen niet langer met hem mee. En Jezus vroeg aan de twaalf leerlingen: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’
Simon Petrus antwoordde: ‘Heer, naar wie zouden wij toe moeten gaan? U spreekt woorden die eeuwig leven geven!

---

De reactie op de woorden van Jezus is divers. Veel mensen gaan weg, ze geloven ze niet. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Het klinkt bijna als een voorstel.
 Het antwoord van Petrus is in de wij-vorm. Hij spreekt namens de anderen: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven’ (vers 68). En hoewel hij dit namens de anderen uitspreekt, kriebelt het bij één van hen. Judas houdt het niet uit. Hij houdt het niet uit bij de dingen die Jezus zegt en leert. En omdat hij het met die woorden niet uithoudt, verlaat hij de sociale kring van de leerlingen. Tijdens een gezamenlijke maaltijd vertrekt hij. Zijn einde is eenzaam. Ver van God, ver van zijn vrienden. 

Soms brengt Gods woord scheiding tussen mensen. Heb je dat wel eens meegemaakt? Hoe zou je kunnen reageren?