Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.

Vandaag lezen we uit Handelingen 17:1-4.

Paulus en zijn vrienden reisden via de steden Amfipolis en Apollonia naar de stad Tessalonica. Daar was een Joodse synagoge. Zoals altijd ging Paulus daar op sabbat naartoe. Drie sabbatten lang sprak hij met de Joden over teksten uit de heilige boeken. Hij legde de teksten uit. Hij maakte duidelijk dat de messias moest lijden en opstaan uit de dood. En hij zei: ‘Die Jezus, over wie ik steeds vertel, dat is de messias.’
Sommige Joden gingen in Jezus geloven. Zij sloten zich aan bij Paulus en Silas. Ook veel niet-Joden die God vereerden, gingen geloven. En een grote groep belangrijke vrouwen uit de stad.

---

Als Paulus en Silas aankomen in Tessalonica (het huidige Thessaloniki) zoeken ze eerst de mensen op die sociaal gezien het dichtst bij hen staan: Joodse mensen in de synagoge. Samen bestuderen ze de geschreven teksten. Sommigen vertrekken (vers 5), maar er is ook een groep mensen die blijft. En die is verrassend divers: allerlei Grieken haken aan, en vrouwen uit de hogere kringen van de maatschappij. Taal- en cultuurgrenzen spelen geen rol. Mensen herkennen de broeder of zuster in de niet-logische ander. Zo ontstaat er een nieuwe gemeenschap. Dat is nog steeds zo. Gods woord verbindt over onze ‘natuurlijke’ grenzen heen.  

Heb jij wel eens in de Bijbel gelezen en daarover gesproken met iemand van een andere culturele achtergrond? Wat heeft het je opgeleverd?