Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Nicolette. 

De komende dagen maken we een uitstapje naar verschillende teksten uit het Oude Testament. We beginnen met een stukje uit Jeremia, uit de tijd wanneer de Babyloniërs voor de poorten van Jeruzalem staan en alles uitzichtloos lijkt.

Vandaag lezen we uit Jeremia 33:1-11.

Jeremia zat nog steeds gevangen in de kazerne bij het paleis. Voor de tweede keer kreeg hij daar een boodschap van de Heer.
De Heer zei tegen hem: ‘Ik ben de Heer, de God van Israël. Lang geleden heb ik alles bepaald. Toen heb ik besloten wat er nu zal gebeuren, en mijn besluit staat vast. Jeremia, vraag me wat er gaat gebeuren, dan zal ik je antwoord geven. Ik ga je belangrijke dingen vertellen. Dingen die voor mensen verborgen zijn, en die ook jij niet weet.
Dit zeg ik, de Heer, de God van Israël, over Jeruzalem: De inwoners hebben huizen en paleizen afgebroken om de stadsmuur te versterken. Ze vochten tegen de Babyloniërs, die de stad aanvielen. Maar omdat ik zo boos was op Jeruzalem, heb ik de inwoners gedood. Nu ligt de stad vol met doden. Ik heb Jeruzalem in de steek gelaten, omdat de mensen daar zo slecht zijn.
Maar luister nu: Ik zorg ervoor dat Jeruzalem weer opgebouwd wordt. Er zullen weer mensen in de stad kunnen wonen. Dan zal ik laten zien dat ze voor altijd veilig zijn en in vrede kunnen leven.
Ik zal ervoor zorgen dat het weer goed gaat met Juda en met Israël. Alles wordt weer net als vroeger. Mijn volk heeft zich slecht gedragen en zich tegen mij verzet. Maar ik zal al hun fouten vergeven. Ik zal hun schuld wegnemen.
Ik zal weer blij zijn met Jeruzalem. Alle volken op aarde zullen horen hoe goed ik ben voor mijn stad. En ze zullen eerbied en respect voor mij hebben. Ze zullen zien dat ik zorg voor vrede en geluk in de stad. Ze zullen zien hoe machtig ik ben. En ze zullen beven van schrik.’
De Heer zegt: ‘Luister, inwoners van Juda. Jullie zeggen: ‘Ons land is verwoest. De steden van Juda zijn vernietigd. De straten van Jeruzalem zijn leeg, er leeft geen mens of dier meer.’
Maar dit zeg ik over jullie land: Er zullen weer vrolijke stemmen klinken. Er zal weer feestgevierd worden, er zullen weer liederen gehoord worden. De mensen zullen zingen: ‘Dank de machtige Heer, want hij is goed! Zijn liefde blijft altijd bestaan.’ Dan worden er weer offers naar de tempel gebracht. Want dit zeg ik, de Heer: Ik zorg ervoor dat het weer goed gaat met het land, net als vroeger.’

----

De stad Jeruzalem ligt vol met doden. Jeremia zit nog steeds in de gevangenis. Huizen en paleizen zijn afgebroken. Op het eerste gezicht lijkt de situatie hopeloos. Maar er is hoop. God belooft namelijk herstel en een nieuw begin. Wat er ook is gebeurd - niets gebeurde buiten Hem om. Hij vergeeft. Hij herstelt. Hij is machtig. De situatie in Jeruzalem lijkt het einde van de stad te zijn, maar niets is minder waar. Het einde is pas het einde als het goed is: als er vrede en geluk is in de stad en God aanbeden wordt.  

Er is hoop! Hoe kijk jij naar de toekomst van de wereld? Heeft je geloof daar iets mee te maken?