Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Hanna.

Vandaag gaan we een stuk terug in de tijd: naar de wetten die God via Mozes aan het volk van Israël geeft, vlak voordat ze het beloofde land binnentrekken.

Vandaag lezen we uit Deuteronomium 15:1-11.

Mozes zei verder tegen de Israëlieten: ‘Elk zevende jaar geldt voor iedereen deze regel: schulden hoeven niet te worden terugbetaald. Dus als iemand een schuld bij jou heeft, mag je dat geld niet terugvragen. Je mag iemand uit je eigen volk niet dwingen om zijn schuld terug te betalen. Dat heeft de Heer zo bepaald. Je mag wel geld terugvragen van een vreemdeling, maar niet van iemand uit je eigen volk.
Trouwens, als jullie in het land wonen dat de Heer jullie geeft, hoeft niemand van jullie arm te zijn. Want de Heer zal voor jullie zorgen. Maar dan moeten jullie wel naar hem luisteren, en je houden aan de regels die ik jullie vandaag geef. Dan zal de Heer jullie rijk en gelukkig maken, zoals hij beloofd heeft. Dan lenen jullie geen geld meer van andere volken, maar vragen zij geld aan jullie. Dan heersen andere volken niet meer over jullie, maar dan heersen jullie over hen.
Misschien zijn er toch arme mensen in de steden die de Heer, jullie God, zal geven. Denk dan niet alleen aan jezelf. Wees niet gierig, maar geef iemand die arm is, alles wat hij nodig heeft. Denk niet: Het zevende jaar komt eraan, het jaar waarin niemand meer schulden terug hoeft te betalen. Ik ga geen geld meer uitlenen.
Het is slecht om zo te denken en iemand die arm is, niets te geven! Als zo iemand dan bij God klaagt omdat je hem niets geeft, zal de Heer je zeker straffen. Geef dus aan de armen. Doe het van harte en geef ze veel. Dan zal de Heer, je God, je rijk en gelukkig maken, en je helpen bij alles wat je doet.
Er zullen altijd arme mensen zijn in jullie land. Daarom geef ik jullie deze regel: Help iedereen die arm is of het moeilijk heeft. Geef zo veel als je kunt.

----

Niemand hoeft arm te zijn in het land dat God aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. Want God heeft goede regels gegeven, zodat ongelijkheid geen kans krijgt. Maar mochten er dan toch mensen in armoede terecht komen, geef dan zoveel als je kunt, zegt God. Niet omdat het in de kleine lettertjes staat, maar 'van harte'. Help elkaar! En elk zevende jaar vervallen alle schulden. Als er dan toch scheve bezitsverhoudingen zijn ontstaan, worden die op dat moment rechtgetrokken. 

Op welke manier help jij mensen die arm zijn of het moeilijk hebben? Geef jij zoveel als je kunt?