Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Hanna.
Vandaag lezen we uit Leviticus 23:15-22.
Vijftig dagen later moeten jullie opnieuw een graanoffer aan de Heer brengen. Tel vanaf de dag na de sabbat waarop de priester het eerste koren aan de Heer geofferd heeft. En tel door tot de dag na de zevende sabbat: vijftig dagen dus.
Iedereen moet dan twee broden meenemen uit zijn woonplaats. Elk brood moet met gist gebakken zijn, van 2,5 kilo fijn meel. De broden moeten omhooggehouden worden voor de Heer. Ze zijn een offer om de Heer te danken voor de eerste graanoogst.
Offer tegelijk met het brood zeven rammen van één jaar oud. Ze moeten gezond zijn en mogen geen gebreken hebben. Offer ook een stier en twee volwassen rammen. De dieren moeten helemaal verbrand worden als offer voor de Heer. Samen met de graanoffers en wijnoffers die erbij horen, is het een offer met een heerlijke geur. Het is een geschenk voor de Heer, dat hij graag aanneemt.
Jullie moeten ook een bok offeren om jullie fouten goed te maken.
Ten slotte moeten jullie twee rammen van één jaar oud offeren voor een feestmaal. De priester moet die rammen tegelijk met de twee broden omhooghouden bij het grote altaar. Zo wordt het offer heilig voor de Heer. Daarna mag de priester het vlees en het brood opeten.
Die vijftigste dag is een heilige dag, die jullie samen moeten vieren. Jullie mogen dan niet werken. Die regel geldt voor altijd. Ook al jullie nakomelingen moeten zich eraan houden, waar ze ook wonen.
Als jullie koren maaien, mogen jullie niet tot aan de rand van de akker maaien. En als er na de oogst nog koren blijft liggen, mogen jullie dat niet oprapen. Want alles wat blijft liggen, is voor de arme mensen en de vreemdelingen. Ik ben de Heer, jullie God.’’
---
De eerste graanoogst en de beste dieren moesten naar God gebracht worden. Als een teken van dankbaarheid, maar ook een daad van geloof dat God aan Israël zal geven wat het nodig heeft. Keer op keer worden zij door het brengen van de offers eraan herinnerd dat God voorziet en dat zij in alles in afhankelijkheid leven van Hem. Ook het niet volledig oogsten van de akker, maar het laten staan van de randen, was een praktische herinnering dat God omziet naar de armen.
In onze consumptiemaatschappij worden we via reclames steeds herinnerd aan wat we (nog) niet hebben. Hoe helpen Gods regels jou eraan dat je kunt leren leven met genoeg?