Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag lezen we uit Jesaja 9:1-16.
Het volk dat nu in het donker leeft,
zal een stralend licht zien.
Een helder licht zal schijnen
in het land waar het nu nog donker is.
Heer, door u is het volk weer groot.
U geeft de mensen weer vreugde.
Zo blij zijn de mensen ook
als ze de oogst van het land hebben gehaald.
Zo blij zijn de mensen ook
als ze het bezit van de vijand hebben verdeeld.
Uw volk werd onderdrukt.
De mensen werden met de zweep geslagen,
de stok kwam op hun schouders neer.
Maar u hebt de zweep en de stok gebroken,
u hebt uw volk opnieuw bevrijd.
De laarzen van de soldaten
en hun jassen vol met bloed,
die worden in het vuur gegooid,
ja, alles wordt verbrand.
Er is een kind geboren,
we hebben weer een koning.
Hij zal over ons regeren.
En zo zullen de mensen hem noemen:
Wijze Bestuurder,
Sterke God,
Vader voor Altijd,
Koning van de Vrede.
Zijn macht zal steeds groter worden,
en er zal altijd vrede zijn.
Hij zal op de troon van David zitten
en hij zal koning zijn.
Een koning zoals David was,
rechtvaardig en eerlijk.
Zo’n koning zal hij zijn,
voor altijd en eeuwig.
De machtige Heer zal daarvoor zorgen, het zal zeker gebeuren.
De Heer heeft tegen zijn volk gesproken. Het volk van Israël en de inwoners van Samaria hebben het gehoord. Iedereen schrok van de woorden van de Heer.
Toch waren de mensen eigenwijs. Ze zeiden: ‘Vijanden hebben onze huizen verwoest, maar wij zullen nieuwe huizen bouwen die sterker zijn. Ze hebben onze bomen omgehakt, maar wij zullen bomen planten die steviger zijn.’
Toen heeft de Heer nieuwe vijanden laten komen. Hij heeft hun gevraagd om Israël aan te vallen. Het volk van Aram heeft het oosten aangevallen en de Filistijnen hebben het westen aangevallen. Ze hebben Israël helemaal verwoest.
De Heer heeft zijn volk gestraft. Maar nog steeds is het niet genoeg. De Heer blijft kwaad op zijn volk.
De machtige Heer heeft het volk van Israël gestraft, maar de mensen willen niet bij hem terugkomen. Ze willen hem niet meer dienen. Dat komt door de profeten, die leugens vertellen. En ook door de leiders, die het volk bedriegen. Zij geven geen leiding, maar zorgen juist dat het volk in de war raakt. Daarom zal de Heer die leiders en die profeten uit het land weghalen.
De Heer heeft geen medelijden met zijn volk. Niet met de mannen die nog jong zijn, niet met de weduwen, niet met de kinderen zonder vader. Want het hele volk is slecht. De mensen willen God niet kennen. Ze zeggen van alles, maar ze denken niet na.
De Heer heeft zijn volk gestraft. Maar nog steeds is het niet genoeg. De Heer blijft kwaad op zijn volk.
--
Net als de profeet Jeremia, van wie we gisteren een tekst lazen, schetst de profeet Jesaja een beeld van hoop. Het volk van God had het zwaar, maar God heeft de lasten van de mensen verlicht. Het geweld waarmee ze te maken hadden, is ten einde. God doet de ultieme belofte: er komt een koning die voor recht en gerechtigheid zal zorgen. Hij wordt Vredevorst genoemd, en aan zijn vrede zal geen eind komen. Dat is het perspectief dat Jesaja biedt, ook nu nog: oorlog en geweld zullen voorbijgaan, en God zal zorgen voor eeuwige vrede.
De koning die God belooft, krijgt vier namen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader en Vredevorst.
Kun je bij elke naam bedenken wat dat over God en over de beloofde koning zegt?