Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. 

Vandaag lezen we uit Marcus 12:38-44

Ze willen de beste plaatsen hebben in de synagoge. En ze willen de mooiste plaatsen krijgen bij een feestelijke maaltijd. Ze doen net alsof ze uren aan het bidden zijn. Maar intussen pakken ze het bezit van weduwen af. God zal de wetsleraren extra streng straffen.’
Jezus ging in de tempel bij de geldkist zitten. Hij keek hoe de mensen geld in de kist deden. Veel rijke mensen gaven veel geld. Er kwam ook een arme weduwe. Zij deed twee muntjes in de geldkist. Die waren bijna niets waard.
Toen riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei: ‘Luister goed naar mijn woorden: Die arme vrouw heeft het meest gegeven van allemaal. Want de anderen gaven een deel van het geld dat ze overhadden. Maar die vrouw gaf geld dat ze niet kon missen. Ze gaf al het geld dat ze had, alles waarvan ze moest leven.’


In de tijd van de Bijbel was een weduwe heel kwetsbaar. Volgens de Joodse wet had ze recht op een deel van de oogst die de mensen aan de tempel gaven (Deuteronomium 14:28-29). Maar in dit verhaal is het andersom: de weduwe geeft juist alles wat ze heeft aan de tempel. Al het geld waarvan ze moet leven. De absolute waarde hiervan is maar klein - een paar euro's misschien. Maar omdat het haar echt iets kost, is het veel meer waard dan wat de rijken hebben gegeven van het geld dat ze overhadden. Het maakt haar tot een voorbeeld voor de mensen aan wie Jezus lesgeeft. 

Hoe vaak geef jij God iets wat belangrijk voor je is, iets waardoor je echt iets op het spel zet?