Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. 

De komende dagen lezen we weer uit het evangelie van Johannes. Tijdens het luisteren kun je er steeds op letten wat Jezus over zichzelf zegt, hoe de mensen dat begrijpen, en wat Jezus werkelijk bedoelt.

Vandaag lezen we uit Johannes 6:1-15.

Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel het Meer van Tiberias genoemd wordt. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte.
Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest.
Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen.
Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’
Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen.
Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden.
Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood.
De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen.

---

Het verhaal over de wonderbare spijziging lezen we in alle vier de evangeliën, maar alleen in Johannes lezen we de reactie van de mensen (vers 14). De mensen begrijpen dat Jezus de beloofde profeet is die op Mozes lijkt (Deuteronomium 18:15). De mensen verwachtten dat deze profeet, de messias over wie geschreven staat in joodse heilige boeken (bijvoorbeeld Micha 5:1 en Zacharia 9:9), koning zou zijn van Israël en de hele wereld. 

Waarom zou Jezus toch weglopen? De mensen hadden het toch begrepen? Of niet helemaal? Waarom niet?