Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag begint de advent: de weken waarin we uitkijken naar Kerst. Kerst is een feest van licht en hoop, maar Jezus kwam wel in een wereld die op veel plekken duister was. Beide kanten van advent en Kerst komen de komende weken langs.
Vandaag lezen we uit Zacharias 14:1-11.
De dag dat de Heer komt, is dichtbij! Dan zullen de vijanden van Jeruzalem de hele stad leegroven en alles onder elkaar verdelen.
De Heer zegt over die dag: ‘Ik zal ervoor zorgen dat alle volken Jeruzalem aanvallen. Ze zullen de stad veroveren. Dan worden de huizen leeggehaald en de vrouwen verkracht. De helft van de mensen moet de stad verlaten, de andere helft mag blijven.’
Maar dan zal de Heer zelf tegen die volken gaan strijden, net als vroeger. Op die dag zal de Heer op de Olijfberg gaan staan, die aan de oostkant van Jeruzalem ligt. De Olijfberg zal in twee stukken scheuren: de ene helft schuift naar het noorden, de andere naar het zuiden. Daardoor komt er een heel groot dal, dat van oost naar west loopt, tot aan de stad Asel.
De inwoners van Jeruzalem zullen vluchten naar dat dal. Ze zullen de stad uit vluchten, net zoals vroeger hun voorouders gevlucht zijn. Die vluchtten voor de aardbeving in de tijd van koning Uzzia van Juda. Maar nu zal de Heer, mijn God, de inwoners van Jeruzalem te hulp komen met heel zijn hemelse leger.
Op de dag dat de Heer komt, gaan de zon, de maan en de sterren niet schijnen. Alleen de Heer weet wanneer die dag zal zijn. Het zal anders gaan dan op alle andere dagen. Het wordt geen dag en het wordt geen nacht, maar ’s avonds komt er weer wat licht.
Op die dag begint er in Jeruzalem een bron te stromen waar helder water uit komt. Het water stroomt de stad uit: de ene helft stroomt naar de Dode Zee, de andere helft naar de Middellandse Zee. Het water stroomt het hele jaar door, in de zomer en in de winter.
Op die dag zal de Heer koning worden van de hele aarde. Alle mensen zullen hem als God vereren, hem alleen.
Het hele land wordt vlak. Het zal zo vlak zijn als het dal van de Jordaan, één grote vlakte die loopt van noord tot zuid.
Alleen Jeruzalem zal nog hoog op de berg blijven liggen. Er zullen overal mensen wonen, van de Benjamin-poort tot aan de plek van de Oude Poort, waar nu de Hoekpoort staat. En van de Chananel-toren tot aan de wijnkelders van de koning.
Jeruzalem zal weer een veilige plek zijn om te wonen. Want de Heer zal nooit meer toelaten dat de stad verwoest wordt.
---
Op een dag…, zegt Zacharia. Het klinkt zo hoopvol. Maar voordat die dag aanbreekt, zullen er verschrikkelijke dingen gebeuren. . Ook Jezus vertelt over de vreselijke gebeurtenissen die aan de voltooiing van de wereld voorafgaan. We hebben er net nog over gelezen in Marcus 13. Als je naar het nieuws kijkt, heb je soms misschien het gevoel dat dit al begonnen is. Maar wat Zacharia en Jezus beschrijven, is nog van een heel andere orde En toch, zegt Zacharias – en zegt ook Jezus – , mogen we juist dan uitkijken naar die ene dag. Op die dag zal God verschijnen en wordt Hij koning over de hele aarde. Wanneer die dag zal komen? Dat weet niemand, alleen God (vers 7). Maar wij mogen er ook nu al naar uitkijken.
Over Luther wordt gezegd dat hij vandaag een appelboom zou planten als morgen de wereld zou vergaan. Wat zou jij doen?