Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Vandaag lezen we uit Zacharias 14:12-21.

De Heer zal de volken straffen die Jeruzalem aangevallen hebben. Ze zullen een vreselijke ziekte krijgen. Dan rotten ze levend weg. Hun huid vergaat op hun botten. Hun ogen vergaan zodat ze niet meer kunnen zien. Hun tong vergaat zodat ze niet meer kunnen spreken. En de paarden, de ezels, de kamelen en alle andere dieren in het legerkamp zullen net zo ziek worden als de mensen.
Dan zullen de vijanden van Jeruzalem zo in paniek raken dat ze elkaar gaan aanvallen en tegen elkaar gaan vechten.
De mensen in Jeruzalem krijgen hulp van de mensen uit Juda. Samen zullen ze al hun vijanden verslaan. En ze zullen alle bezittingen van hun vijanden verzamelen: heel veel goud en zilver en kostbare kleren.
Maar er zullen ook mensen in leven blijven van al die volken die Jeruzalem aangevallen hebben. Zij zullen elk jaar naar Jeruzalem komen. Daar zullen ze de machtige Heer als koning eren, en het Loofhuttenfeest vieren.
En als één van die volken niet naar Jeruzalem komt om de machtige Heer te eren, dan zal er geen regen meer vallen in hun land. Dat geldt ook voor de Egyptenaren. Als zij niet naar Jeruzalem komen voor het Loofhuttenfeest, zal er ook in hun land droogte komen. Dat zal de straf zijn voor Egypte en voor alle volken die het Loofhuttenfeest niet komen vieren.
In die tijd worden alle dingen heilig, ook de gewone dingen. Zelfs op de belletjes van paarden zal staan dat ze van de Heer zijn. De kookpotten in de tempel worden gebruikt als schalen voor het bloed van de offerdieren. Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda mogen gebruikt worden bij het offeren aan de machtige Heer. Iedereen die een offer wil brengen, kan zijn eigen kookpot gebruiken om het offervlees in te koken.
In die tijd zullen er geen handelaars meer zijn in de tempel van de machtige Heer.

---

De vijanden van Israël zullen verschrikkelijk getroffen worden. Het zijn gruwelijke beelden. Maar het volk is zelf jarenlang door deze wrede machthebbers onderdrukt, en nu zal God recht doen. De vijanden krijgen wel een keuze: ze mogen ook bij Gods volk gaan horen. En dan zullen zelfs de paarden van die onderdrukkers gewijd worden aan God. Hun bellen vertellen dat ze van God zijn. En het volk mag gewone kookpotten gebruiken om offers te brengen. Alles en iedereen hoort dan bij God. Al het ‘gewone’ en alles wat met God te maken heeft, hoort bij elkaar en is heilig. Want God is dan bij zijn volk, bij zijn mensen. Wat een dag zal dat zijn! 

Wat is voor jou het verschil tussen ‘heilig’ en ‘gewoon’?