Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. 

Vandaag lezen we uit Psalm 115.

Alle eer is voor u, Heer.
Niet voor ons, maar voor u alleen,
want u bent trouw en goed.
Mensen lachen ons uit,
en ze vragen: ‘Waar is jullie God?’
Wij weten dat u in de hemel bent.
U kunt alles doen wat u wilt.
Maar andere goden kunnen niets.
Het zijn beelden van zilver en goud,
die door mensen gemaakt zijn.
Ze hebben een mond,
maar ze kunnen niet praten.
Ze hebben ogen,
maar ze kunnen niet zien.
Ze hebben oren,
maar ze kunnen niet horen.
Ze hebben een neus,
maar ze kunnen niet ruiken.
Hun handen kunnen niet voelen,
hun voeten kunnen niet bewegen,
en uit hun keel komt geen geluid.
Mensen die zulke beelden maken,
mensen die op zulke goden vertrouwen,
worden net als die beelden:
ze kunnen niets meer.
Israëlieten, vertrouw op de Heer.
Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.
Priesters, vertrouw op de Heer.
Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.
Dienaren van de Heer, vertrouw op hem!
Hij helpt jullie, hij beschermt jullie.
De Heer denkt aan ons,
hij geeft ons geluk en vrede.
Hij geeft geluk en vrede
aan alle Israëlieten en aan de priesters.
Hij geeft geluk en vrede aan al zijn dienaren,
van klein tot groot.

Hij zal ons allemaal veel kinderen geven,
veel kinderen en kleinkinderen.
De Heer zal ons geluk en vrede geven.
Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.
De hemel is van de Heer,
maar de aarde heeft hij aan de mensen gegeven.

De doden kunnen de Heer niet prijzen,
want zij zijn in het stille land van de dood.
Maar wij, wij zullen de Heer danken,
nu en altijd.

Halleluja!

---

In de wereld van de Bijbel waren godenbeelden aan de orde van de dag. Ze stonden in elke tempel, en vaak hadden mensen ook thuis kleine versies hiervan. Ze geloofden dat de goden op die manier dichtbij kwamen en hen zouden helpen. Gewone mensen vroegen bijvoorbeeld om een veilige bevalling, en machthebbers om overwinningen en nóg meer macht. Maar volgens de dichter gebeurt precies het tegenovergestelde: wie op dit soort afgoden vertrouwt, verliest juist alle controle en macht. Op wie kun je dan wel vertrouwen? Op de God van Israël! DIe is in de persoon van Jezus werkelijk dicht bij de mensen gekomen. 

Wat zijn voor jou ‘afgoden’ in je leven? Waarom zijn die dingen zo belangrijk voor je? En zou je ook zonder kunnen?