Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Vandaag lezen we uit Psalm 50.
Een lied van Asaf.
De Heer, de machtige God, gaat spreken.
Alle mensen roept hij bij elkaar,
alle mensen op de hele aarde.
God komt uit Sion, die prachtige stad.
Een stralend licht schijnt om hem heen.
Onze God komt, en hij zal niet zwijgen.
Een groot vuur gaat voor hem uit,
en rondom hem waait een hevige storm.
God gaat rechtspreken over zijn volk.
Hemel en aarde moeten zijn oordeel horen.
Alle mensen moeten komen,
iedereen die offers aan God brengt,
iedereen die trouw aan hem is.
De hemel laat zien dat God rechtvaardig is,
hij is een eerlijke rechter.
God zegt: ‘Luister, mijn volk.
Israël, luister goed.
Ik, jullie eigen God, ga spreken.
Ik ga mijn oordeel geven.
Jullie brengen veel offers aan mij,
precies zoals het hoort.
Maar ik heb al die stieren uit je stal niet nodig,
en ook de bokken van je land hoef ik niet.
Want alle dieren zijn van mij,
in de bossen, op de bergen, overal.
Ik ken alle vogels in de lucht,
en de kleine dieren op het land zijn ook van mij.
Als ik honger had,
zou ik jullie niet om eten vragen.
Want de aarde en alles wat er leeft, is van mij.
Dus vlees van jullie stieren hoef ik niet,
en bloed van jullie bokken wil ik niet.
Breng alleen maar offers om mij te danken.
Doe wat je aan mij belooft,
want ik ben de Allerhoogste.
Bid tot mij in moeilijke tijden.
Dan zal ik jullie redden,
en jullie zullen mij eren.’
Maar tegen slechte mensen zegt God:
‘Waarom doe je alsof je naar me luistert?
Waarom doe je alsof je trouw aan mij bent?
Jullie willen mijn regels niet,
jullie luisteren niet naar mijn woorden.
Jullie gaan graag met dieven om.
En iemand die de vrouw van een ander afpakt,
mag gewoon je vriend zijn.
Uit jullie mond komen altijd leugens,
je liegt en bedriegt alleen maar.
Jullie zeggen slechte dingen over je vrienden,
je spreekt zelfs kwaad over je eigen broer.
Als jullie zulke slechte dingen doen,
kan ik niet zwijgen.
Want ik ben anders dan jullie!
Ik zal jullie aanklagen,
al jullie misdaden maak ik bekend.
Luister dus goed,
jullie die mij niet trouw zijn.
Want anders scheur ik jullie aan stukken,
dan is er niemand die jullie redt.
Maar mensen die mij dankoffers brengen,
die eren mij.
Ik zal hen redden,
en zij zullen dat zien.’
---
Volgens Psalm 50 heeft God geen behoefte aan offers. Dat is opvallend, want de psalm is een lied van Asaf, een tempelzanger. Vindt een tempelszanger echt dat offers niet nodig zijn? Nee, maar hij wil hiermee laten weten dat de mensen de bedoeling van offers verkeerd hebben begrepen. In de tijd van de Bijbel was het heel normaal om eten aan de goden te geven om ze vriendelijk te stemmen. Maar de God van de Bijbel is anders: offers zijn geen voedsel voor hem, maar een teken dat je dankbaar bent voor wat Hij voor je doet.
God danken, tot Hem bidden en doen wat je aan Hem hebt beloofd horen volgens de dichter bij elkaar. Hoe zie jij dat?