Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.

Vandaag lezen we uit Psalm 64.

Een lied van David. Voor de zangleider.
God, luister naar mij,
hoor hoe ik klaag!
Bescherm mij,
want mijn vijanden maken me bang.
Verberg mij voor hen,
want ze willen me kwaad doen.

Hun tong is net een scherp mes,
hun woorden zijn net giftige pijlen.
Ze jagen op onschuldige mensen.
Eerst laten ze zich niet zien,
dan vallen ze plotseling aan.
Ze zijn voor niemand bang.

Ze bedenken slechte plannen
om mensen in hun macht te krijgen.
Ze bedenken misdaden en zeggen:
‘Niemand ziet ons toch?
Niemand kent ons plan,
niemand weet wat we denken.
Het lijkt alsof we onschuldig zijn.’

Maar dan ineens straft God hen.
Hij straft hen voor hun woorden,
hij raakt hen met de pijlen van zijn woede.
Iedereen die het ziet, wordt bang.

Dan krijgen alle mensen eerbied voor God.
Ze vertellen over zijn daden,
want ze zien dat hij slechte mensen straft.
Goede en eerlijke mensen zijn blij.
Want bij de Heer zijn ze veilig,
bij hem zijn ze gelukkig.

--

Pang – raak! Op het eerste gezicht lijkt deze psalm over een schietwedstrijd tussen God en zijn tegenstanders te gaan. Toch gaat het niet om echte pijlen, maar om een heel ander wapen: onze tong. Het beeld van een tong als wapen komt vaak voor in de Bijbel. In Jesaja 49:2 wordt de tong vergeleken met een zwaard, en in Jakobus 3:5-6 met een klein vlammetje dat een bosbrand in gang kan zetten. Die beelden laten zien wat iedereen wel eens heeft ervaren: woorden kunnen evenveel pijn doen als fysiek geweld. En de gevolgen zijn soms niet te overzien. Daarom roepen andere teksten op om de tong juist ten goede in te zetten. En dat gebeurt ook aan het einde van deze psalm: alle mensen vertellen over Gods daden. 

Hoe kun jij vandaag je woorden inzetten op een manier die bemoedigt en herstelt?