Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag beginnen we aan de brief aan Titus, een reisgenoot van Paulus die in Kreta was om de christelijke gemeente daar op te bouwen.
We lezen Titus 1 tot en met 4.
Dit is een brief van Paulus aan Titus.
Ik ben een dienaar van God, en een apostel van Jezus Christus. Het is mijn taak om het geloof te versterken van de mensen die door God uitgekozen zijn. En om de christenen meer inzicht te geven in de waarheid, zodat ze God nog beter kunnen dienen. Dan kunnen ze erop vertrouwen dat ze het eeuwige leven zullen krijgen. God heeft dat al beloofd voordat de tijd begon, en God liegt nooit.
Gods boodschap is bekendgemaakt op het moment dat hij bepaald heeft. Hijzelf heeft mij uitgekozen om over die boodschap te vertellen. Ik werk dus in opdracht van God, onze redder.
Titus, jij bent voor mij als een eigen kind, omdat we hetzelfde geloof hebben.
Ik wens je toe dat God, de Vader, en onze redder Jezus Christus goed voor je zijn en je vrede geven.
De brief aan Titus begint door de afzender, Paulus, voor te stellen. Deze introductie zou heel anders zijn geweest aan het begin van Paulus’ leven. In het begin van zijn leven verzette hij zich namelijk radicaal tegen het christendom. Maar toen hij het geloof vond, of beter gezegd, toen het geloof hem vond, is dat veranderd. We lezen niets over Paulus’ beroep, leeftijd of woonplaats. Hij stelt zich voor als een dienaar van God met de opdracht om mensen over Jezus te vertellen. Deze woorden vertellen ons hoe Paulus naar zichzelf kijkt, wat zijn identiteit is en het belangrijkste doel in zijn leven.
Hoe stel jij je voor aan een ander? En wat zegt dat over jou?