Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick.
Vandaag lezen we 1 Kronieken 28, de verzen 1 tot 10.
Op een dag riep koning David alle leiders bij zich: de leiders van de stammen, de legerleiders en de hoogste ambtenaren. Iedereen in Israël die een belangrijke taak had, moest naar Jeruzalem komen.
Toen iedereen bij elkaar was, ging David staan en zei: ‘Luister, mijn volk! Ik wilde graag zelf een tempel bouwen, een plaats voor onze God in Jeruzalem. Een plaats waar de heilige kist van de Heer voor altijd kan staan. Ik was zelfs al begonnen met de voorbereidingen. Maar toen zei God tegen mij: ‘Jij mag geen tempel voor mij bouwen. Want je hebt oorlogen gevoerd en mensen gedood.’’
David zei verder: ‘De Heer, de God van Israël, heeft mij en mijn nakomelingen uitgekozen om voor altijd koning van Israël te zijn. Eerst heeft hij Juda uitgekozen als de belangrijkste stam. Binnen die stam heeft hij de familie van mijn vader uitgekozen als de belangrijkste familie. En binnen die familie heeft hij mij uitgekozen om koning van Israël te zijn. De Heer heeft mij veel zonen gegeven. En uit al die zonen koos hij mijn zoon Salomo uit om de volgende koning van Israël te zijn.
De Heer zei tegen mij: ‘Jouw zoon Salomo zal voor mij een tempel bouwen, met pleinen erbij. Hij zal voor mij een zoon zijn, en ik zal voor hem een vader zijn. Salomo heeft zich altijd precies gehouden aan mijn wetten en regels. Als hij dat blijft doen, zal ik ervoor zorgen dat er altijd één van zijn nakomelingen koning van Israël is.’
Nu vraag ik jullie om een belofte te doen. Ik vraag dat waar alle Israëlieten bij zijn, en terwijl God het hoort. Beloof de Heer, jullie God, dat jullie je precies zullen houden aan zijn wetten. Dan zal dit goede land voor altijd van jullie en jullie nakomelingen zijn.
En jij, mijn zoon Salomo, luister naar de God van je vader. Dien de Heer met je hele hart en met je hele ziel. Want hij weet wat mensen denken en willen. Als je de Heer zoekt, zal hij zorgen dat je hem vindt. Maar als je hem in de steek laat, dan zal hij jou ook in de steek laten, voor altijd. Bedenk dat de Heer wil dat jij zijn tempel bouwt. Wees niet bang, en ga aan het werk!’
Het boek Kronieken is geschreven na de terugkeer van Gods volk uit ballingschap. Jeruzalem lag in puin en de wederopbouw ging allesbehalve vanzelf. De schrijver van de Kronieken vertelt de geschiedenis van het volk met als doel om de mensen weer hoop voor de toekomst te geven. De overdracht van het koningschap, van David op zijn zoon Salomo, beschrijft hij vanuit een ander perspectief dan hoe het in het boek Koningen beschreven staat. Daar lezen we over een oude, zwakke koning David, over zijn zoon Adonia die de troon wil innemen en over het verraad van de legerleider Joab. In Kronieken richt de schrijver zich niet op de gebreken van mensen maar op Gods plan met zijn volk. Een hoopvol plan voor een eeuwig koningshuis en een tempel waar de mensen God kunnen ontmoeten.
Wat helpt jou om niet te focussen op je eigen fouten en gebreken, maar op wat God in jouw leven of dat van anderen doet?