Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniël. 

We lezen vandaag uit Lucas, hoofdstuk 4 vers 14 tot en met 30. 

De kracht van de heilige Geest was nu in Jezus, en hij ging terug naar Galilea. Daar gaf hij uitleg over God in de synagogen. Het nieuws over Jezus werd overal in de omgeving bekend, en iedereen bewonderde hem.
 Jezus ging ook naar Nazaret, de stad waar hij opgegroeid was. Op sabbat ging hij zoals altijd naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, gaf een dienaar hem het boek van de profeet Jesaja. Jezus opende het boek en zocht naar het stuk dat hij wilde voorlezen. Hij las: [18] «God heeft mij uitgekozen. Daarom is zijn Geest bij mij. God heeft mij gestuurd om aan arme mensen het goede nieuws te vertellen. En om tegen gevangenen te zeggen dat ze weer vrij zijn. Om blinden te vertellen dat ze weer zullen zien. En om mensen die het moeilijk hebben, te helpen. Ik maak bekend: Er begint een nieuwe tijd.»
 Toen deed Jezus het boek dicht. Hij gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. Iedereen in de synagoge keek naar hem. En Jezus zei: ‘Wat ik jullie net voorgelezen heb, is vandaag werkelijkheid geworden.’
 Alle mensen waren verrast over de bijzondere dingen die Jezus zei. Ze waren onder de indruk en zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’
 Jezus zei: ‘Ik weet zeker dat jullie tegen mij zullen zeggen: ‘Nu moet u ook iets voor ons doen. We hebben gehoord wat u allemaal in Kafarnaüm gedaan hebt. Doe dan ook een wonder in uw eigen stad.’ Maar luister goed naar mijn woorden: Een profeet is nooit welkom in zijn eigen stad.’
  Jezus legde dat uit met twee voorbeelden. Hij zei: ‘Luister goed! In de tijd van de profeet Elia waren er veel weduwen in Israël. Het had drieënhalf jaar niet geregend en er was hongersnood in het hele land. Toch ging Elia niet naar een weduwe in Israël. In plaats daarvan stuurde God hem naar een weduwe buiten Israël. Ze woonde in Sarepta, een dorp bij de stad Sidon.
En toen Elisa profeet was, waren er in Israël veel mensen met een huidziekte. Toch maakte Elisa hen niet beter. Maar Naäman uit Syrië maakte hij wel beter.’
 Toen de mensen in de synagoge de woorden van Jezus hoorden, werden ze kwaad. Ze jaagden Jezus de stad uit. En ze brachten hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was. Ze wilden hem naar beneden gooien. Maar Jezus liep tussen alle mensen door en ging weg.
 
 Wanneer Jezus op sabbat naar de synagoge in zijn eigen stad gaat, is ‘toevallig’ een tekst uit Jesaja aan de beurt, over Gods dienaar die gekomen is om de mensen te helpen en te bevrijden. Jezus verrast de mensen door te zeggen dat die woorden nu werkelijkheid zijn geworden. De bevrijding die Hij brengt, heeft verschillende kanten. Aan de ene kant is het de concrete bevrijding uit een moeilijke situatie. Maar er zit ook een andere kant aan: vergeving en herstel van de relatie tussen God en mensen.  

De mensen in Nazaret reageren allesbehalve enthousiast. Waar hebben ze precies moeite mee? Kun je je voorstellen waarom dat zo is?