Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniël. 

Vandaag lezen we psalm 56.

Psalm 56
Een gebed van David. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘Een stille duif in de verte’.
 David sprak dit gebed uit toen de Filistijnen hem gevangennamen in de stad Gat.
Help mij, God,
 want mijn vijanden achtervolgen mij.
 Steeds vallen ze me aan,
telkens proberen ze me te grijpen.
 Ze willen met me vechten,
 ze denken dat ze sterker zijn dan ik.
 
 Ik ben bang, maar ik vertrouw op u.
Op u vertrouw ik, God.
 Ik wil voor u zingen,
 want u hebt beloofd om mij te helpen.
 Op u vertrouw ik.
 Ik zal niet bang zijn,
 want mensen kunnen mij geen kwaad doen.
 
Mijn vijanden beledigen mij de hele dag,
 ze willen mij alleen maar kwaad doen.
Ze zitten maar te kijken,
 ze kijken naar alles wat ik doe.
 Ze wachten tot ze me kunnen doden.
 Straf mijn vijanden, God!
 Laat uw woede zien en dood hen.
 U weet precies wat ik heb meegemaakt,
 u kent mijn verdriet.
 Het staat allemaal in uw boek.
 Als ik u om hulp vraag,
 dan zullen mijn vijanden vluchten.
 Want ik weet: u bent mijn God.
 
Op u vertrouw ik, God,
 ik wil voor u zingen.
 Op u vertrouw ik, Heer,
 want u hebt beloofd om mij te helpen.
 Op u vertrouw ik, God.
 Ik ben niet bang,
 want mensen kunnen mij geen kwaad doen.
 
 God, ik heb u offers beloofd,
 offers om u te danken.
 Want u redt mij van de dood,
 u zorgt dat ik niet sterf.
 U beschermt mij, God.
 Ik mag leven in uw licht.
 
‘Wat kan een sterveling mij aandoen?’, vraagt de dichter zich af (vers 5). Als we de rest van de psalm lezen, blijkt dat nogal wat te zijn. Zelf weten we ook – van het nieuws, of uit eigen ervaring – wat mensen elkaar kunnen aandoen. En toch is de dichter heel stellig: ‘angst ken ik niet’. Is dat grootspraak? Is hij elk contact met de werkelijkheid kwijt? Of bedoelt hij iets anders? Misschien wel dit: hij heeft er precies over nagedacht wat zijn vijanden kunnen doen: ze kunnen hem bedreigen, beledigen, pijn doen en zelfs doden. Maar al die dingen raken niet aan wie hij ten diepste is. Dat stukje is veilig bij God. 

Deel je de ervaring van de dichter?