Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniël. 

We lezen vandaag Lucas. Hoofdstuk 6 vers 1 tot en met 11. 

Op een keer liepen Jezus en zijn leerlingen door de korenvelden. Het was die dag sabbat. De leerlingen van Jezus plukten wat van het koren. Ze maakten de korrels fijn met hun handen en aten ze op.
Een paar farizeeën zagen dat en zeiden: ‘Waarom doen jullie iets dat op sabbat verboden is?’ Jezus antwoordde: ‘Jullie weten toch wat David ooit gedaan heeft? Toen hij en zijn mannen honger hadden, ging David naar de tempel. Daar pakte hij het offerbrood en hij at het op. Hij gaf het brood ook aan zijn mannen, terwijl alleen priesters dat brood mogen eten.’ Daarna zei Jezus: ‘Ik ben de Mensenzoon. Ik bepaal wat je op sabbat mag doen.’
Op een andere sabbat ging Jezus naar de synagoge om uitleg te geven over God. In de synagoge was een man met een vergroeide rechterhand.
De wetsleraren en de farizeeën letten goed op Jezus. Ze dachten: Als hij die man beter maakt op sabbat, kunnen we een klacht tegen hem indienen. Maar Jezus wist wat ze dachten. Hij zei tegen de man met de vergroeide hand: ‘Sta op en kom bij mij staan.’ Dat deed de man. [9] Toen vroeg Jezus aan de wetsleraren en de farizeeën: ‘Mag je op sabbat iets goeds doen? Of is het beter om iets slechts te doen? Mag je op sabbat iemands leven redden? Of is het beter om iemand dood te laten gaan?’
Jezus keek iedereen aan. Toen zei hij tegen de man met de vergroeide hand: ‘Steek je hand uit.’ De man stak zijn hand uit en meteen was de hand beter.
De wetsleraren en de farizeeën waren woedend. Ze bespraken met elkaar wat ze met Jezus zouden doen.
 
In het verhaal dat aan de tekst van vandaag voorafgaat, had Jezus twee gelijkenissen verteld over het effect van zijn boodschap (Lucas 5:33-39). Die boodschap is te radicaal om goed samen te gaan met oude gewoontes en overtuigingen. Dat wordt in het gedeelte van vandaag goed zichtbaar. De farizeeën hebben duidelijke ideeën over wat je op sabbat wel of niet mag doen. Dat ze dat belangrijk vinden, is niet zo raar: in het Oude Testament wordt steeds weer benadrukt hoe belangrijk het is om de sabbat in ere te houden. Jezus kent de regels over de sabbat ook, maar legt ze anders uit. Voor Hem staat vrijheid om te genieten en goed te doen centraal. 

Herken je iets van de reactie van de farizeeën in jezelf?