Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we 2 Kronieken hoofdstuk 1 vers 18 tot en met hoofdstuk 2 vers 9.
Salomo besloot om een tempel te bouwen voor de Heer, en een paleis voor zichzelf.
Salomo liet tellen hoeveel mannen hij in dienst had: 70.000 mannen om al het materiaal voor de bouw te dragen, 80.000 mannen om stenen te hakken in de bergen en 3600 mannen die de leiding hadden over de arbeiders.
Ook stuurde Salomo dienaren naar Churam, de koning van Tyrus, met de volgende vraag: ‘U hebt vroeger aan mijn vader David hout gestuurd. Daarmee bouwde hij een paleis voor zichzelf. Nu heb ook ik uw hulp nodig. Ik wil een tempel bouwen voor de Heer, mijn God.
Ik zal van die tempel een heilige plaats maken. Dan kunnen de Israëlieten daar geurige wierook branden voor God, op vaste tijden offerbrood neerleggen en offers brengen. Dat moeten ze elke ochtend en elke avond doen. En ook op sabbat, op het Feest van Nieuwe Maan en op de feesten voor de Heer, onze God. Dat moeten de Israëlieten voortaan altijd doen.
De tempel die ik ga bouwen, moet groot worden. Want onze God is groter dan de goden van andere volken. Maar eigenlijk is geen enkele tempel groot genoeg voor God. Zelfs de hoogste hemel is voor God niet groot genoeg om in te wonen! De tempel die ik ga bouwen, is alleen bedoeld om offers aan hem te brengen.
Nu vraag ik u, koning Churam: Stuur een vakman naar mij toe. Iemand die voorwerpen kan maken van goud en zilver, en van brons en ijzer. Hij moet ook goed kunnen werken met paarse, rode en blauwe wol. En hij moet goed figuren kunnen uitsnijden.
Hij moet de vakmensen helpen die voor mij werken in Juda en Jeruzalem. Die vakmensen werkten al voor mijn vader David.
Stuur mij ook de beste bomen uit de Libanon-bergen. Ik weet dat uw arbeiders goed bomen kunnen omhakken. Ik zal zelf ook arbeiders sturen om hen te helpen. Dan kan ik zo veel mogelijk hout bij elkaar krijgen. Want de tempel die ik ga bouwen, moet groot en prachtig worden.
Ik zal uw arbeiders voor dat werk betalen met 90.000 zakken tarwe, 90.000 zakken gerst, 900.000 liter wijn en 900.000 liter olijfolie.’
Salomo neemt de bouw van de tempel serieus. Het moet groots en het moet goed. Waarom? Omdat God hier de Israëlieten wil ontmoeten. Dat gebeurt op tijden en manieren die God zelf heeft bepaald. Elke ochtend en elke avond, op sabbat en tijdens feesten voor de Heer wordt er wierook gebrand en worden offers gebracht.
Het ritme van een vaste plek, een vaste tijd en een vaste handeling kan houvast geven om aan onze relatie met God te bouwen.
Heb jij een bepaalde routine om je relatie met God te onderhouden? Wat brengt het je of wat zou het je kunnen brengen?