Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we 2 Kronieken hoofdstuk 5 vers 2 tot en met 14.

Alle Israëlieten waren in Jeruzalem bij elkaar voor het Loofhuttenfeest. Dat was in de zevende maand. Toen liet koning Salomo de leiders van de stammen en van de families bij zich komen in het oude deel van de stad. Want hij wilde samen met hen de heilige kist met de wet van de Heer naar de tempel brengen.
 Toen alle leiders bij Salomo waren, tilden de priesters van de stam Levi de heilige kist op. Ze droegen de kist en de heilige tent naar de tempel. En ze namen ook alle heilige voorwerpen mee die bij de tent hoorden.
 Daarna bracht koning Salomo offers, samen met alle Israëlieten die bij de heilige kist stonden. Ze offerden schapen, geiten en koeien. Het waren zo veel dieren dat ze niet te tellen waren.
 De priesters brachten de heilige kist met de wet van de Heer naar de plaats waar hij moest staan. Dat was in de allerheiligste zaal, achter in de tempel. Ze zetten de kist neer tussen de twee engelenbeelden. De vleugels van de engelen waren helemaal open, en bedekten de kist en de draagstokken van de kist.
 De draagstokken waren heel lang. Je kon de uiteinden van de draagstokken niet zien. Behalve als je heel dicht bij de kist stond, bij de ingang van de allerheiligste zaal. De heilige kist is daar nog steeds.
 In de heilige kist lagen alleen twee grote stenen platen. Dat waren de stenen platen die Mozes daarin gelegd had op de berg Horeb. Daarop stond de wet van de Heer. Die wet had de Heer aan de Israëlieten gegeven toen ze uit Egypte weggingen.
 Alle priesters die in de tempel waren, uit alle groepen, hadden zich voorbereid op hun heilige taak.
 Alle zangers uit de stam Levi hadden kleren van fijn wit linnen aangetrokken. Het waren Asaf, Heman, Jedutun, en hun zonen en broers. Ze stonden met harpen en andere muziekinstrumenten klaar aan de oostkant van het altaar. Er stonden ook 120 priesters met trompetten klaar.
Toen kwamen de priesters die de kist in de tempel neergezet hadden, weer naar buiten. Meteen werd er op de trompetten geblazen. En de zangers begonnen te zingen om de Heer te danken. Er werd muziek gemaakt met trompetten en andere muziekinstrumenten. En er werd gezongen: ‘De Heer is goed. Zijn liefde blijft altijd bestaan.’
 Op dat moment vulde een wolk de tempel. In die wolk was de Heer aanwezig. Door die wolk konden de priesters hun werk in de tempel niet doen.
 
De tempel is gebouwd en de heilige kist wordt in de tempel gezet. In de kist liggen grote stenen waarop God zijn wet heeft geschreven. Die stenen heeft Hij eeuwen daarvoor aan Mozes en de voorouders van de Israëlieten gegeven. Eindelijk komen ze nu als het ware thuis. Alles is zoals het moet zijn. De tempel voor God is eindelijk af, het bewijs van Gods verbond met het volk van Israël ligt op een heilige plek en alle mensen komen samen om te vieren en God te prijzen. 

Was er een moment in je leven waar op het voelde alsof alles op z’n plek viel? Speelde God daar een rol in?