Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het  Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick. 

Vandaag lezen we 2 Kronieken hoofdstuk 6, de verzen 32 tot en met 42.

Stel dat er iemand uit een ver land komt, iemand die niet bij het volk van Israël hoort. En hij komt hierheen omdat hij over u gehoord heeft, over uw macht en uw kracht. Als hij dan bij deze tempel komt bidden, luister dan! Luister naar hem vanuit de hemel, de plaats waar u woont. Doe alles wat die vreemdeling u vraagt.
Dan zullen alle volken op aarde weten wie u bent. Dan zullen ze eerbied voor u hebben, net zoals uw volk Israël eerbied voor u heeft. En dan weten ze dat dit uw tempel is, het huis dat ik voor u gebouwd heb.
Stel dat uw volk oorlog voert, omdat u dat wilt. Als ze dan tot u bidden met hun gezicht naar deze stad die u uitgekozen hebt, luister dan! Als ze dan tot u bidden met hun gezicht naar de tempel die ik voor u gebouwd heb, luister dan! Luister vanuit de hemel naar hun gebed, en help hen om te overwinnen.
Stel dat uw volk dingen doet die u niet wilt. En wie doet dat niet? Stel dat u dan boos op hen bent, en ze worden door hun vijanden verslagen. En stel dat die vijanden hen dan als gevangenen meenemen naar hun land, ver weg of dichtbij.
Stel dat uw volk dan spijt krijgt in dat land waar ze gevangen zitten, en ze gaan weer tot u bidden en zeggen: ‘We hebben verkeerde dingen gedaan. We hebben fouten gemaakt, we zijn slecht geweest.’
En stel dat ze u dan weer gaan vereren, met hun hele hart, in het land waar ze gevangen zitten. En stel dat ze dan tot u bidden met hun gezicht naar het land dat u aan hun voorouders gegeven hebt. Met hun gezicht naar de stad die u uitgekozen hebt en naar de tempel die ik voor u gebouwd heb. Als ze zo tot u bidden, luister dan! Luister vanuit de hemel, de plaats waar u woont. Hoor hun gebed en help hen! Vergeef dan uw volk, vergeef de Israëlieten alles wat ze verkeerd gedaan hebben.
Mijn God, let goed op en luister naar mijn gebed, hier bij deze tempel.
Heer, mijn God, kom wonen in uw tempel! Woon hier bij uw heilige kist, het teken van uw macht. Ik vraag u: Zegen al uw priesters, en maak uw volk blij en gelukkig!
Heer, mijn God, u hebt mij als koning uitgekozen. Daarom vraag ik u: Bescherm mij. Vergeet niet wat u aan uw dienaar David beloofd hebt!’

Salomo noemt een hele reeks situaties die mogelijk kunnen gebeuren. Elke zin begint hij met ‘stel dat…’ 
We weten dat het boek Kronieken veel later is geschreven, na de ballingschap. De Israëlieten waren weggevoerd geweest naar Babylonië, en pas tientallen jaren later teruggekeerd naar Jeruzalem. De tempel van Salomo was volledig verwoest, maar inmiddels herbouwd. De schrijver schreef deze woorden op zodat de lezers uit zijn tijd hun geschiedenis konden leren. Door de verhalen van hun voorouders konden ze zien dat God zich aan zijn beloften houdt.

Wat kan de geschiedenis van je eigen familie, kerk of land je leren over God?