Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick.
Vandaag lezen we 2 Kronieken hoofdstuk 7, de verzen 11 tot en met 22.
Toen was Salomo klaar met de bouw van de tempel en het paleis. De tempel en het paleis waren precies geworden zoals hij het wilde.
Op een nacht kwam de Heer weer bij Salomo. De Heer zei tegen hem: ‘Ik heb je gebed gehoord. Ik heb deze plaats uitgekozen om een tempel te bouwen. Hier kunnen de mensen offers aan mij brengen.
Stel dat ik de hemel dicht laat gaan, zodat er geen regen valt. Of stel dat ik aan de sprinkhanen het bevel geef om al het koren van het land op te eten. Of stel dat ik naar de mensen een ziekte stuur. Als de mensen van mijn volk dan laten zien dat ze spijt hebben, dan zal ik vanuit de hemel naar hen luisteren. Ik zal naar hen luisteren als ze tot mij bidden en mij zoeken. Als ze weer gaan leven zoals ik het wil. Dan zal ik hun zonden vergeven en hun land weer vruchtbaar maken. Dan zal ik goed opletten en luisteren naar hun gebed, hier in deze tempel.
Ik heb deze tempel uitgekozen, en ik heb er een heilige plaats van gemaakt. De mensen kunnen mij hier altijd vereren. Ik zal altijd goed op deze tempel letten, en ik zal hem altijd beschermen.
Verder zal ik ervoor zorgen, Salomo, dat er altijd één van jouw nakomelingen koning van Israël zal zijn. Dat heb ik ook aan je vader David beloofd. Maar dan moet je wel leven zoals ik het wil, net zoals je vader David dat deed. En je moet precies doen wat ik vraag. Je moet je houden aan al mijn wetten en regels.’
De Heer zei verder: ‘Maar ik zal je straffen als je dat niet doet. Als jij of je nakomelingen je niet houden aan mijn wetten en regels, als jullie andere goden gaan vereren, dan jaag ik het volk weg uit het land dat ik hun gegeven heb. Dan zullen de andere volken hen alleen nog maar uitlachen. Dan wil ik niets meer te maken hebben met mijn heilige tempel.
Dan blijft er van die grote tempel alleen maar een hoop stenen over. Iedereen die daar voorbijkomt, zal schrikken en vragen: ‘Waarom heeft de Heer de tempel verwoest? Waarom heeft hij het volk weggejaagd?’ Dan krijgen ze dit antwoord: ‘Omdat de Israëlieten de Heer, de God van hun voorouders, verlaten hebben. Hij is de God die hen bevrijd heeft uit Egypte. Maar ze zijn andere goden gaan vereren. Daarom heeft de Heer hun deze ellende aangedaan.’’
God verschijnt aan Salomo en wijst hem erop dat de keuzes van de koning en zijn volk grote gevolgen hebben. Slechte daden hoeven niet voor blijvende afstand tot God te zorgen, maar de weigering om tot inkeer te komen wel. Er is altijd een nieuw begin mogelijk bij God. Zoals we eerder in dit Bijbelboek hebben geleerd schreef de Kroniekenschrijver de geschiedenis van Israël op voor het volk dat terug kwam uit ballingschap. Voor hen moet dit gedeelte een bevestiging zijn geweest dat God zich aan zijn beloftes houdt door het volk terug te laten keren naar het beloofd land.
Zijn er periodes in je leven geweest waarin je God was kwijtgeraakt? Hoe heb je Hem weer teruggevonden?