Leuk dat je luistert naar Dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Hanna!
Vandaag lezen we 2 Kronieken 9 vers 13 tot en met 31.
Koning Salomo ontving ieder jaar 20.000 kilo goud. Daarbij kwam nog het goud dat hij kreeg van handelaars die door het land trokken. En ook nog het goud en zilver van de Arabische koningen en van de provinciebestuurders.
Salomo liet tweehonderd grote schilden maken met een laagje goud erover. Voor één schild was 6 kilo goud nodig. En hij liet ook nog eens driehonderd kleinere schilden maken met een laagje goud. Daarvoor was per schild 3 kilo goud nodig. Hij liet al die schilden neerzetten in de hal die het Bos van de Libanon heette.
Verder liet Salomo een grote troon maken van ivoor. Hij liet de troon bedekken met een laagje zuiver goud.
Er waren zes treden naar de troon toe. Verder had de troon een gouden voetenbank en twee armleuningen. Bij die armleuningen stonden twee beelden van leeuwen. Ook op de treden naar de troon toe stonden zulke beelden, zes aan elke kant.
In geen enkel land was ooit zo’n mooie troon gemaakt.
Alle kommen en bekers van koning Salomo waren van goud. En alle voorwerpen in het Bos van de Libanon waren met een laagje goud bedekt. Zilver was in de tijd van Salomo niet bijzonder genoeg.
De schepen van koning Salomo gingen naar Tarsis, met de zeemannen van Churam. Eén keer in de drie jaar kwamen die schepen terug uit Tarsis. Ze zaten dan vol met goud, zilver en ivoor, en met apen en pauwen.
Salomo was de rijkste en wijste koning van de hele wereld. Koningen uit alle landen kwamen naar hem luisteren. Ze kwamen luisteren naar de wijsheid die God hem gegeven had. En ze brachten geschenken mee: voorwerpen van zilver en goud, en ook kleren, wapens, geurige olie en kruiden, en paarden en ezels. Dat ging jaren zo door.
Salomo had in zijn stallen vierduizend paarden en wagens. En hij had 12.000 mannen in dienst om zijn wagens te besturen. Een deel van de paarden en wagens liet hij naar de steden brengen waar zijn soldaten waren. Een ander deel bleef in Jeruzalem, bij het paleis. Salomo’s paarden kwamen uit Egypte en uit andere landen.
Koning Salomo heerste over veel landen. Over alle landen vanaf de rivier de Eufraat tot aan het land van de Filistijnen, en tot aan de grens met Egypte.
Salomo zorgde voor veel rijkdom. Hij zorgde ervoor dat zilver in Jeruzalem net zo gewoon was als steen. En dat cederhout er net zo gewoon was als het hout van de vijgenbomen op de heuvels.
Alle andere verhalen over Salomo staan opgeschreven in de boeken van de profeet Natan en de profeet Achia uit Silo. En in het boek dat de profeet Jedo geschreven heeft over Jerobeam, de zoon van Nebat.
Salomo regeerde veertig jaar vanuit Jeruzalem. Hij heerste over heel Israël. Toen stierf hij, en hij werd begraven in het oude deel van Jeruzalem. Daarna volgde zijn zoon Rechabeam hem op.
Ieder jaar ontving Salomo 20.000 kilo goud aan belasting. In het Hebreeuws gaat het om 666 talent aan goud. Met dit symbolische getal laat de schrijver zien dat Salomo misschien te veel hield van zijn rijkdom. Later lezen we namelijk dat de het volk de belasting te hoog vond. De gewone mensen lijden, terwijl de koning zo rijk is dat hij niet weet wat hij met zijn geld moet doen. Zijn troon, schilden, bekers en kommen krijgen een laag goud. Zelfs zijn voetenbank is van goud!
Wat begon als een zegen van God is uitgegroeid tot gevaarlijke liefde voor rijkdom.
Heb je weleens meegemaakt dat een zegen van God verkeerd heeft uitgepakt?