Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Lucas 6 vers 27 tot en met 38.

Jezus zei tegen de mensen die naar hem luisterden: ‘Je moet van je vijanden houden. Wees goed voor de mensen die je haten. Spreek met respect over de mensen die je uitschelden. Bid voor de mensen die je slecht behandelen.
Als iemand je een klap in je gezicht geeft, draai dan je hoofd naar de andere kant. Dan kan hij je nog een keer slaan. En als iemand je jas afpakt, geef hem dan ook je hemd. Als iemand iets van je wil hebben, geef het hem dan. En als iemand iets van je pakt, vraag het dan niet terug.  Behandel andere mensen net zoals je zelf behandeld wilt worden.
Stel dat je alleen van je vrienden houdt. Verdien je dan een beloning van God? Nee, want ook slechte mensen houden van hun vrienden.
En stel dat je alleen goed bent voor de mensen die goed zijn voor jou. Verdien je dan een beloning? Nee, want slechte mensen doen hetzelfde.
En stel dat je geld leent aan iemand die het je later zal terugbetalen. Verdien je dan een beloning? Nee, want ook slechte mensen lenen geld aan mensen die het later terugbetalen.
Daarom zeg ik tegen jullie: Houd van je vijanden. Wees goed voor iedereen. En leen geld uit zonder het terug te verwachten. Dan zullen jullie een grote beloning krijgen, en jullie zullen kinderen van God zijn. Want ook God zelf is goed voor mensen die ondankbaar en slecht zijn.’
Jezus zei ook: ‘Wees net als jullie Vader goed voor andere mensen. Veroordeel andere mensen niet, dan zal God jou ook niet veroordelen. Zeg niet dat andere mensen slecht zijn, dan zegt God dat ook niet over jou. Vergeef mensen als ze fouten maken, dan doet God dat ook. Geef, en je zult krijgen, meer dan je vast kunt houden! Want zo veel als jij aan anderen geeft, zo veel geeft God aan jou.’

In de discussies over de sabbat (Lucas 6:1-11) legden de farizeeën de nadruk op wat je niet mag. Jezus kiest hier voor een heel andere benadering: hij moedigt zijn volgelingen niet aan om het slechte te laten, maar om het goede te doen. Vaak zijn dat dingen waarvoor we uit onze comfort zone moeten stappen. Het maakt nogal uit of je afziet van wraak als iemand jou kwaad doet, of dat je die persoon liefhebt, voor hem of haar bidt, en actief op zoek gaat naar manieren om iets goeds voor hen te doen. 

Welke opdracht van Jezus in dit stukje vind je het meest uitdagend? Hoe kun je toch een eerste stap zetten om die in de praktijk te brengen?