Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Lucas 6 vers 39 tot en met 49.
Daarna gaf Jezus een voorbeeld. Hij zei: ‘Kan een blinde een andere blinde de weg wijzen? Nee, want dan vallen ze samen in een kuil. En een leerling weet niet zo veel als zijn leraar. Pas als een leerling alles geleerd heeft, weet hij net zo veel.’
Daarna zei Jezus: ‘Jullie letten goed op de fouten van anderen. Maar je eigen fouten zie je niet. Het is alsof je een splinter ziet in het oog van een ander, maar niet ziet dat er in je eigen oog een balk zit. Je zegt tegen die ander: ‘Kom, ik haal die splinter wel even uit je oog.’
Doe niet zo schijnheilig! Haal eerst die balk uit je eigen oog! Dan kun je zelf weer goed zien. En pas dan kun je de splinter uit het oog van de ander halen.
Een goede boom herken je aan zijn vruchten. Een goede boom geeft geen slechte vruchten, en een slechte boom geeft geen goede vruchten. Van een doornstruik kun je geen vijgen of druiven plukken.
Zo zegt een goed mens goede dingen omdat hij van binnen goed is. En een slecht mens zegt slechte dingen omdat hij van binnen slecht is. Je woorden laten zien hoe je van binnen bent!’
Daarna zei Jezus: ‘Jullie noemen mij Heer. Maar jullie doen niet wat ik zeg.
Stel dat iemand bij me komt, naar me luistert en doet wat ik zeg. Zo iemand lijkt op een man die een stevig huis bouwt. Eerst graaft hij in de grond en maakt daar een fundament. Als er dan een overstroming komt, zal het huis stevig blijven staan. Het zal niet verwoest worden door het water, want het is goed gebouwd.
Maar stel dat iemand naar me luistert, maar niet doet wat ik zeg. Zo iemand lijkt op een man die een huis bouwt zonder fundament. Als er dan een overstroming komt, zakt het huis meteen in elkaar. Er blijft niets van over.’
Jezus vertelt in dit gedeelte de ene vanzelfsprekendheid na de andere. Natuurlijk kan een blinde geen andere blinde leiden, en natuurlijk brengt een slechte boom geen goede vruchten voort. Ook de vergelijking over iemand die zijn huis bouwt op rotsgrond, klinkt logisch. Het fundament waarover Jezus spreekt, was een laag stenen die goed op elkaar aansloten maar niet dichtgemetseld waren. Op die manier kon een overvloed aan water wegsijpelen en schokken worden opgevangen. Alleen een erg onervaren of slordige bouwmeester zou deze stap overslaan. Juist de vanzelfsprekendheid onderstreept Jezus’ punt: naar zijn woorden luisteren en ernaar handelen moet voor zijn volgelingen net zo logisch zijn als het aanleggen van een fundament voor een bouwmeester.
Hoe vanzelfsprekend is dit voor jou?