Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Psalm 102:1-18

Een gebed van iemand die bijna sterft van ellende. Hij vertelt aan de Heer hoe ongelukkig hij is.
Heer, hoor mijn gebed,
hoor hoe ik om hulp roep.
Verberg u niet voor mij.
Ik ben in nood,
luister naar mij!
Ik roep naar u,
geef mij toch antwoord.
 
Elke dag word ik zwakker,
mijn lichaam is heet van de koorts.
Ik heb nergens kracht meer voor,
eten wil ik niet meer.
Ik ben mager van verdriet,
je kunt bijna mijn botten zien.
 
Ik ben alleen,
als een vogel in de woestijn,
als een uil in een verlaten huis.
Ik lig wakker,
ik ben alleen,
als een eenzame vogel op het dak.
Mijn vijanden lachen me uit.
Ze schelden en spotten, elke dag weer.
 
Ik eet zand in plaats van brood.
Ik drink mijn eigen tranen,
zo veel verdriet heb ik.
Want u bent woedend op mij!
Het is alsof ik afval ben,
alsof u mij hebt weggegooid.
Mijn dagen gaan zomaar voorbij,
al mijn kracht is weg.
Maar u bent voor eeuwig koning, Heer,
uw naam zal nooit vergeten worden.
Laat ons zien dat u nog steeds van Sion houdt!
Het is nu tijd om uw stad te redden,
het is tijd voor vergeving.
Want wij zijn uw volk, wij houden van deze stad,
ook al is er veel verwoest,
ook al zien we alleen maar stenen en stof.
 
Heer, uw volk zal om vergeving vragen,
en u zult luisteren naar hun gebed.
U zult Sion weer opbouwen
en laten zien hoe machtig u bent.
Dan zullen alle volken u vereren,
alle koningen op aarde zullen voor u buigen.
 
Uw volk zit gevangen in verre landen,
ze zijn bang voor de dood.
Maar u zult omlaag kijken vanuit de hoge hemel
en zorgen voor uw mensen op aarde.
U zult hun gebed horen en hen bevrijden,
u zult uw volk een nieuw leven geven.
Dat moet worden opgeschreven voor hun kinderen,
dan kunnen ook zij over u zingen!
 
Dan zullen alle volken naar Sion komen,
daar zullen ze u vereren.
Ze zullen vertellen over uw daden, Heer,
ze zullen zingen over uw macht.
God, ik ben nog jong,
maar u hebt mijn kracht al weggenomen.
God, zelf leeft u voor altijd.
Laat mij niet nu al sterven,
haal mij niet nu al weg uit het leven.
 
Lang geleden hebt u de aarde vastgezet,
en u hebt ook de hemel gemaakt.
De hemel en de aarde zullen verdwijnen,
maar u blijft altijd bestaan.
De hemel en de aarde zullen vergaan,
zoals oude kleren verslijten.
Niets blijft er van ze over.
Maar u blijft altijd wie u bent,
u leeft voor altijd.
 
Onze kinderen zullen in vrede leven,
en ook voor hun kinderen zult u zorgen.
 
‘Sorry, ik klaag even, hoor.’ We durven soms haast niet eens te vertellen waar we mee zitten, omdat we denken dat anderen dat niet van ons willen horen of zich dan uit het contact terugtrekken. We hebben het gevoel dat we altijd met iets positiefs moeten afsluiten, dat er licht moet zijn aan het eind van de tunnel. Maar naar wie ga je dan als je het echt heel moeilijk hebt en je heel ongelukkig en alleen voelt, zoals de dichter van deze psalm? Hij roept het uit naar God. Hij heeft het gevoel dat hij bijna sterft van ellende en hij stort zijn hart uit bij God.

Bij wie kun jij terecht op je moeilijkste momenten?