Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Lucas 9, vers 1 tot en met 9.
Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij elkaar. Hij gaf hun de kracht en de macht om alle kwade geesten weg te jagen en zieke mensen beter te maken. Toen zei hij dat de leerlingen op weg moesten gaan. Ze moesten de mensen gaan vertellen over Gods nieuwe wereld, en ze moesten zieke mensen beter maken.
Jezus zei tegen hen: ‘Jullie mogen niets meenemen op je reis. Geen stok, geen tas, geen brood, geen geld en geen extra kleren. Als mensen je uitnodigen in hun huis, blijf daar dan totdat je weer naar de volgende stad gaat. Maar als mensen je niet binnenlaten, dan moet je meteen uit die stad weggaan. Je moet zelfs het stof van je voeten vegen. Zo laat je zien dat die mensen de verkeerde keus gemaakt hebben.’
De leerlingen gingen op weg. Ze reisden van dorp naar dorp. Overal vertelden ze het goede nieuws en maakten ze zieke mensen beter.
Koning Herodes had alles over Jezus gehoord. Hij was heel erg geschrokken van al die verhalen. Want er waren mensen die zeiden dat Jezus de profeet Elia was. Er waren ook mensen die zeiden dat Jezus een andere profeet van vroeger was. En er waren mensen die zeiden: ‘Het is Johannes de Doper, die uit de dood is opgestaan!’
Herodes dacht: Johannes kan het niet zijn, want die heb ik laten doden. Maar wie zou die man dan zijn? Vanaf dat moment wilde Herodes Jezus ontmoeten.
De leerlingen hebben nu een tijdje met Jezus opgetrokken en veel van hem geleerd over het koninkrijk van God. Nu mogen ze in groepjes op weg gaan en zelf over het koninkrijk van God vertellen en wonderen doen. Hun bezigheden vallen zelfs Herodes op. De tetrarch Herodes, die Johannes had laten onthoofden, wil toch wel heel graag weten wie deze Jezus is. Hij moet nog even blijven gissen: Jezus peinst er niet over om bij hem op audiëntie te gaan. Maar Lucas geeft verderop in hetzelfde hoofdstuk wel antwoord op de vraag wie Jezus is: in vers 20, 22 en 35.
Welk antwoord zou je geven op deze vraag?