Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Lucas 9:10-17.

De leerlingen kwamen terug van hun reis. Ze vertelden Jezus wat ze allemaal gedaan hadden. Daarna nam Jezus zijn leerlingen mee naar de stad Betsaïda. Hij wilde daar met hen alleen zijn.
Maar toen de mensen merkten waar Jezus was, gingen ze hem met een grote groep achterna. Jezus stuurde hen niet weg, maar vertelde hun over Gods nieuwe wereld. En hij maakte de zieke mensen beter.

Het werd avond. De twaalf leerlingen kwamen naar Jezus toe. Ze zeiden: ‘U moet al die mensen wegsturen. Want hier is niets te eten, en er is geen plek om te slapen. Ze kunnen beter naar de dorpen en de boeren in de buurt gaan.’ Maar Jezus zei: ‘Nee, geven jullie hun maar te eten.’ De leerlingen zeiden: ‘Dat kan niet! Er zijn wel vijfduizend mensen. En we hebben maar vijf broden en twee vissen. Of moeten we soms voor al deze mensen eten gaan kopen?’
Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Verdeel de mensen in groepen van ongeveer vijftig, en zeg dat ze moeten gaan zitten.’ De leerlingen deden wat Jezus gezegd had, en iedereen ging zitten. Toen nam Jezus het brood en de vis. Hij keek omhoog naar de hemel en dankte God voor het voedsel. Daarna brak hij het brood en de vis in stukken. Hij gaf het aan de leerlingen, en zij deelden het uit aan de mensen.
Alle mensen konden eten zo veel als ze wilden. Het eten dat overbleef, werd verzameld. Het waren twaalf manden vol.

Het is misschien wel typisch Nederlands: we gaan zelden op pad zonder broodtrommel of mueslireep. Maar in dit verhaal gaan vijfduizend mensen zonder eten op pad om Jezus te ontmoeten. Aan het eind van de dag vinden de leerlingen het wel welletjes: het wordt tijd om weer aan de gewone dingen te denken. De mensen moeten zelf maar een maaltijd regelen. Diezelfde leerlingen waren net bij Jezus teruggekomen van een reis. Een reis waarbij ze niets mochten meenemen! Nu is het alsof ze het vertrouwen dat Jezus voor eten en onderdak zal zorgen alweer kwijt zijn.  

Durft je op God te vertrouwen of gaat je liever goed voorbereid op reis? Of kan het ook samengaan?