Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Exodus 34:5-10

Toen kwam de Heer in een wolk naar beneden. Hij kwam naast Mozes staan en hij zei: ‘Ik ben de Heer.’
Daarna ging de Heer voor Mozes langs. De Heer riep: ‘Ik ben de Heer! Ik ben een goede God. Ik zorg voor de mensen. Ik ben geduldig, trouw en vol liefde.
Mijn liefde voor mensen duurt duizenden generaties. Ik vergeef mensen alles wat ze verkeerd doen, ook als ze grote fouten maken. Maar ik straf mensen als ze mij ontrouw zijn. En ik straf ook hun kinderen, tot en met de vierde generatie.’
Meteen knielde Mozes. Hij boog diep voorover en zei: ‘Heer, als u vertrouwen in mij hebt, ga dan toch met ons mee! Ik weet dat het volk van Israël ongehoorzaam is. Maar vergeef ons onze fouten en zonden. Laat ons alstublieft weer uw volk zijn!’
Toen zei de Heer tegen Mozes: ‘Ik ga jou iets beloven en jullie moeten mij iets beloven. Ik zal grote wonderen doen. Zulke wonderen zijn op de hele aarde nog nooit gedaan, voor geen enkel volk. Ik zal geweldige dingen voor jou doen. Het hele volk dat bij je is, zal het zien.

Het boek Exodus vertelt hoe God het volk Israël heeft bevrijd uit Egypte. Maar terwijl Mozes op de berg de wetten van God ontvangt, buigt het volk al voor een andere god, een zelfgemaakte gouden stier. God wordt boos en Mozes pleit voor het volk. Het volk betuigt spijt en vraagt God om vergeving. Daarna stelt God Zichzelf voor, in vers 34:6, als een God die trouw is en vergevingsgezind.
 
Vele eeuwen later komt deze zin terug in het verhaal van Jona. Jona is de profeet die juist niet wil vergeven. Opnieuw maakt God Zichzelf bekend als de God die trouw is en vergeeft als mensen spijt betuigen.
Het volk blijft niet trouw aan God. Toch straft God niet. Hij belooft juist dat Hij geweldige dingen voor het volk zal doen. Eeuwen later belooft Hij de vijandelijke stad Nineve te sparen.

Wat vertelt dit jou over Gods karakter?