Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Genesis 50:15-21.
De broers van Jozef werden bang, nu hun vader er niet meer was. Ze zeiden: ‘Jozef is misschien nog kwaad op ons. Hij zal ons misschien straffen omdat we hem zo slecht behandeld hebben.’
Daarom stuurden ze dit bericht naar Jozef: ‘We moeten van onze vader vragen of je ons wilt vergeven. Dat heeft hij voor zijn dood gezegd. We hebben je erg slecht behandeld en je veel kwaad gedaan. Maar onze vader wil dat je ons vergeeft. Want ook wij dienen de God van onze vader.’ Toen Jozef dat hoorde, moest hij huilen.
Daarna gingen de broers zelf naar Jozef toe. Ze knielden voor hem en zeiden: ‘We zullen je slaven worden.’ Maar Jozef zei: ‘Waarom zijn jullie zo bang? Ik ben God niet. Jullie hebben mij heel slecht behandeld, maar God heeft het goedgemaakt. Hij heeft ervoor gezorgd dat een heel volk kon blijven leven. Wees niet bang. Ik zal voor jullie en voor jullie kinderen zorgen.’ Zo stelde hij hen gerust met vriendelijke woorden.
De Bijbel staat vol verhalen over mensen van vroeger, waar we veel van kunnen leren. In die verhalen komen we het thema ‘vergeving’ ook regelmatig tegen. Denk bijvoorbeeld aan het verhaal over David, die koning Saul vergaf toen hij hem achtervolgde om hem te doden. De vroege christenen vergaven Saulus, hoewel hij ervoor had gezorgd dat velen van hen waren gedood of gevangengezet. Een ander voorbeeld is het verhaal over Jozef, een van de twaalf zonen van Jakob. Meerdere keren in zijn leven stond hij voor de keuze te handelen uit wraak en vergelding, of te vergeven. Deze karaktertraining had hij nodig voor de zwaarste opgave: het vergeven van zijn broers. Jozef was door zijn broers verkocht als slaaf. Hij was vals beschuldigd door de vrouw van Potifar en kwam daardoor in de gevangenis terecht. Wanneer Jozef uiteindelijk onderkoning is, ontmoet hij zijn broers opnieuw. Zij herkennen hem niet. Maar hij zorgt ervoor dat zij en hun families niet omkomen van de honger. Als hij hun heeft verteld wie hij is, vragen de broers hem om vergeving. Jozef spreekt uit dat hij de broers heeft vergeven. Hij kijkt niet meer naar de fouten van het verleden, maar naar de manier waarop God die ten goede heeft gekeerd. En naar wat dit betekent voor de toekomst van deze familie. De vergeving die Jozef zijn broers aanbiedt, gaat gepaard met verzoening, het herstel van de relatie tussen hen.
Jozef leerde door allerlei situaties in zijn leven niet verbitterd te raken, maar zich te richten op God. Zo leerde hij al op jonge leeftijd te vergeven. Hij weerspiegelt daarin iets van Gods karakter van vergeving.
Zijn er momenten in jouw eigen leven waarop je voor de keuze stond om te vergeven? Wat heb je toen gedaan en waarom?