Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Matteüs 18:21-35
Petrus kwam bij Jezus en zei: ‘Heer, als een andere gelovige mij slecht behandelt, dan moet ik hem vergeven. Maar hoe vaak? Wel zeven keer?’ Jezus zei: ‘Nee, niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer. Luister, ik zal een voorbeeld geven over Gods nieuwe wereld.
Een koning wil dat zijn dienaren al hun schulden aan hem terugbetalen. Eén voor één laat hij de dienaren bij zich komen. Er wordt ook een man bij de koning gebracht die hem vele miljoenen schuldig is. De man kan niets terugbetalen. De koning zegt: ‘Verkoop die man, samen met zijn vrouw, zijn kinderen en al zijn bezittingen. Dan krijg ik nog iets terug.’
Maar de dienaar knielt voor de koning. Diep gebogen blijft hij liggen en zegt: ‘Heb alstublieft geduld met mij. Ik zal u later alles terugbetalen.’ De koning krijgt medelijden met de man. Hij zegt: ‘Ik laat je gaan. Je hoeft dat geld niet meer terug te betalen.’
Als de man naar buiten gaat, ziet hij een andere dienaar van de koning. Die ander is hem nog een paar duizend schuldig. Hij grijpt hem bij zijn keel en zegt: ‘Nu betalen!’ De andere dienaar knielt voor hem en zegt: ‘Heb alsjeblieft geduld met mij. Ik zal je later terugbetalen.’ Maar de man zegt: ‘Geen sprake van.’ En hij laat de ander opsluiten in de gevangenis, totdat die zijn schuld terugbetaald heeft.
Andere dienaren van de koning hebben gezien wat er gebeurd is. Ze zijn erg verdrietig. Ze vertellen alles aan de koning. Dan roept de koning die man weer bij zich en zegt: ‘Jij bent een slechte dienaar! Je vroeg mij om geduld met je te hebben. En ik zei dat je het geld niet terug hoefde te betalen. Ik had medelijden met jou. En jij had ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar.’
De koning is woedend. Hij laat de man meenemen door de bewakers van de gevangenis. Die zullen hem pijn laten lijden, totdat hij zijn schuld heeft terugbetaald.’
Jezus zei: ‘Zo is het ook met mijn hemelse Vader. Hij wil dat je de andere gelovigen van harte vergeeft. Anders zal hij je straffen.’
In de Bijbel lees je keer op keer dat de mens in de eerste plaats een ontvanger van vergeving is. God vergeeft de mens steeds weer. Dus de mens is ontvanger, die echter op zijn of haar beurt vergeving kan geven. Het uitgangspunt is altijd dat de mens eerst vergeving ontvangt. Dat blijkt ook duidelijk uit deze gelijkenis die Jezus vertelt. Hij legt aan Petrus uit waarom het van mensen kan worden gevraagd zeventig keer zeven keer te vergeven. Het getal zeven staat in de Bijbel symbool voor volledigheid. Eigenlijk zegt Jezus dus als antwoord op Petrus’ vraag: als mens kun je een oneindig aantal keer vergeven, want jou wordt door God nog veel meer schuld vergeven!
Niet alleen God heeft dus de macht en mogelijkheid om te vergeven, zoals de joodse schiftgeleerden in die tijd aan de mensen leerden (zie bijvoorbeeld hun reactie op de vergeving van de zonden van de verlamde man, in Lucas 5:17-25). Nee, ook mensen kunnen dit. Bovendien wordt vergeving niet alleen geschonken in de tempel na allerlei rituele handelingen, maar ook gewoon bij de mensen thuis. Elke dag (zeven), meerdere keren (oneindig vaak).
Lees ook eens Spreuken 17:9, over het vergeven van je vrienden.
Hoe zorg jij dat jouw relatie met anderen, zoals met vrienden, goed blijft?