Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het  Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick. 

Vandaag lezen we Deuteronomium 19:1-10.

Mozes zei verder: ‘Volk van Israël, jullie komen straks in het land dat de Heer, jullie God, aan jullie zal geven. De volken die daar wonen, zal hij doden. Jullie kunnen dan hun akkers in bezit nemen, en gaan wonen in hun steden en huizen.
Als jullie daar wonen, moeten jullie eerst kijken hoe groot het land is dat de Heer jullie geeft. Dan moeten jullie het land in drie gebieden verdelen.
In ieder gebied moet één vluchtstad komen. In zo’n stad ben je veilig als je iemand per ongeluk gedood hebt. Maar je kunt er niet heen vluchten als je iemand uit haat gedood hebt. Je bent er alleen veilig als je het per ongeluk gedaan hebt.
Stel dat twee mannen op een dag samen hout gaan hakken in het bos. De één zwaait met zijn bijl om een boom om te hakken. Maar het ijzer van de bijl schiet los, en de ander wordt geraakt en sterft. Dan kan de dader naar zo’n stad vluchten om zijn leven te redden.
Het is belangrijk dat er drie vluchtsteden in het land zijn. Want dan is de afstand naar een vluchtstad niet te groot. Anders kan de dader makkelijk ingehaald worden door familieleden van het slachtoffer. En dan wordt hij uit wraak gedood. Dat zou verkeerd zijn, want de dader heeft zijn slachtoffer nooit gehaat.
Daarom wil ik dat jullie drie vluchtsteden aanwijzen.
De Heer, jullie God, zal jullie gebied nog groter maken. Dan krijgen jullie het hele land dat hij plechtig beloofd heeft aan jullie voorouders. Maar dat gebeurt alleen als je je precies houdt aan de regels die ik jullie vandaag geef. En als je de Heer, je God, liefhebt en altijd doet wat hij vraagt.
Als jullie gebied groter geworden is, moeten jullie nog drie vluchtsteden aanwijzen. Dan zal er in het land niemand meer gedood worden die onschuldig is. Als dat wel gebeurt, dan is het hele volk schuldig.

Als je een dierbare verliest door een ongeluk, is het heel menselijk om het iemand te willen aanrekenen. We willen graag dat de ander daarvoor gestraft wordt. In de tijd van de Bijbel nam de familie van het slachtoffer wraak door hem te doden. Maar God laat vrijplaatsen of vluchtsteden aanwijzen waar de dader heen kan vluchten. Hij haatte het slachtoffer immers niet (vers 6). Maar niet alleen voor de dader, ook voor de wraaknemer geeft de vrijplaats bescherming. Op deze manier kan hij niet uit haat iemand vermoorden en daarmee voorkomt God dat het hele volk schuldig is aan de moord op een onschuldige (vers 10).

Hoe ga jij om met wraakgevoelens?