Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick. 

Vandaag lezen we Deuteronomium 27:14-26.

De priesters uit de stam Levi moeten elke straf luid en duidelijk uitspreken.
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die een godenbeeld maakt en dat beeld ergens in het geheim vereert. De Heer heeft een hekel aan zulke beelden, want ze zijn gemaakt door mensen.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die geen respect heeft voor zijn vader en moeder.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die de grenzen van een gebied verandert.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die een blinde de verkeerde kant op stuurt.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die geen respect heeft voor de rechten van vreemdelingen, van weduwen en van kinderen zonder vader.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die naar bed gaat met een vrouw van zijn vader. Want dat is een schande voor zijn vader.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die seks heeft met een dier.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die naar bed gaat met zijn zus of halfzus.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die naar bed gaat met zijn schoonmoeder.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die in het geheim een ander vermoordt.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die voor geld een ander vermoordt, terwijl die ander onschuldig is.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’
De priesters moeten zeggen: ‘Het zal slecht aflopen met iemand die zich niet houdt aan deze wetten.’ En het volk zegt dan: ‘Amen!’’

De vervloekingen hebben bijna allemaal te maken met hoe iemand met anderen dient om te gaan. Het is kennelijk heel belangrijk voor God hoe mensen met elkaar omgaan. Dat er naar blinden, wezen, weduwen en vreemdelingen wordt omgezien. Dat (seksuele) lust of hebzucht aan banden wordt gelegd, omdat het anderen schaadt. Dat iedereen er mee moet instemmen, maakt het een gezamenlijke afspraak: zo gaan we wel, en zo gaan we niet met elkaar om.  

Het is belangrijk dat iedereen van het volk van God ermee instemt. Waarom denk je dat dit zo is? Hoe worden op deze manier kwetsbaren beschermd?