Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick.
Vandaag lezen we Handelingen 19:8-22.
In Efeze ging Paulus steeds naar de synagoge. Hij sprak daar zonder angst. Drie maanden lang vertelde hij de Joden over Gods nieuwe wereld en probeerde hij hen te overtuigen.
Maar een aantal Joden verzette zich tegen de boodschap van Paulus. Zij begonnen slechte dingen te vertellen over het christelijke geloof, en iedereen kon dat horen. Daarom ging Paulus daar weg. Hij nam de andere christenen mee.
Voortaan sprak Paulus elke dag in de school van Tyrannus. Dat deed hij twee jaar lang. En alle Joden en niet-Joden in de provincie Asia hoorden het goede nieuws over Jezus.
God zorgde ervoor dat Paulus grote wonderen kon doen. Paulus hoefde daarvoor niet eens zelf aanwezig te zijn. Het was voldoende om een riem of een doek die Paulus gedragen had, naar een zieke toe te brengen. Dan verdween de ziekte en gingen de kwade geesten weg.
Er waren in Efeze ook enkele Joden die rondreisden en kwade geesten wegjaagden. Het waren de zeven zonen van Skevas, een Joodse hogepriester. Ze probeerden de naam van de Heer Jezus te gebruiken om mensen beter te maken. Ze zeiden tegen een kwade geest: ‘Jezus, over wie Paulus vertelt, geeft ons de macht om jou weg te jagen!’
De kwade geest antwoordde: ‘Jezus ken ik. En ik weet ook wie Paulus is. Maar wie zijn jullie?’ Toen viel de man met de kwade geest de zonen van Skevas aan. En hij sloeg ze allemaal in elkaar. De zonen van Skevas vluchtten weg, gewond en zonder kleren.
Alle Joden en niet-Joden in Efeze hoorden ervan en waren diep onder de indruk. Ze begrepen dat de Heer Jezus grote macht had, en ze eerden hem.
Veel gelovigen vertelden eerlijk dat zij verkeerde dingen gedaan hadden. Er waren er veel die aan toverkunsten gedaan hadden. Ze begrepen nu dat dat verkeerd was. Daarom verzamelden ze al hun toverboeken en staken die in brand. Iedereen zag het. Bij elkaar hadden die boeken een waarde van 50.000 zilveren munten.
Zo zag iedereen hoe groot de kracht van de Heer was. En steeds meer mensen gingen luisteren naar het goede nieuws over Jezus.
Na die gebeurtenissen maakte Paulus het plan om naar Jeruzalem terug te gaan. Maar eerst wilde hij door Macedonië en Achaje reizen. Hij zei: ‘Als ik in Jeruzalem geweest ben, moet ik naar Rome.’
Paulus stuurde twee van zijn helpers alvast naar Macedonië. Het waren Timoteüs en Erastus. Zelf bleef hij nog een tijdje in Asia.