Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Deuteronomium 31:1-8.

Mozes ging verder met zijn toespraak. Hij zei tegen de Israëlieten: ‘Ik ben nu 120 jaar oud. Ik kan jullie niet langer leiding geven. Bovendien heeft de Heer tegen mij gezegd dat ik de Jordaan niet mag oversteken.
De Heer, jullie God, zal zelf voor jullie uit gaan. Hij brengt jullie naar de overkant van de Jordaan. De volken die daar wonen, zal hij doden. Dan kunnen jullie het land in bezit nemen. En Jozua zal jullie leider zijn, zoals de Heer gezegd heeft.
De Heer zal de volken aan de overkant doden, en hun land verwoesten. Net zoals hij gedaan heeft met Sichon en Og, de koningen van de Amorieten. De Heer zal zorgen dat jullie die volken overwinnen. Jullie moeten al je vijanden doden.
Wees sterk en dapper. Jullie hoeven echt niet bang voor hen te zijn. Want de Heer, jullie God, zal jullie helpen. Hij blijft steeds bij jullie, hij zal jullie niet in de steek laten.’
Mozes riep Jozua bij zich. Alle Israëlieten waren erbij. Mozes zei tegen hem: ‘Jozua, wees sterk en dapper. Jij moet het volk naar het land brengen dat de Heer aan onze voorouders beloofd heeft. Onder jouw leiding zullen de Israëlieten het land in bezit nemen.
De Heer zal zelf met je meegaan. Hij zal je helpen. Hij blijft steeds bij je, hij zal je niet in de steek laten. Je hoeft echt niet bang te zijn.’

--

Mozes mag niet mee met het volk naar het beloofde land. Hij draagt daarom het leiderschap over aan Jozua. Voor het volk breekt daarmee een andere tijd aan. Ze moeten afscheid nemen van Mozes die al die tijd - van de bevrijding uit Egypte tot en met de tocht door de woestijn - hun leider is geweest. Zo'n grote verandering maakt mensen vaak bang en onzeker. Mozes zegt daarom heel duidelijk dat de Israëlieten niet bang hoeven te zijn. Want God zal met hen meegaan. 

Waarvan word jij bang of onzeker? Wat doe je dan?