Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we Johannes 9:24-41.
Toen riepen de leiders de man die blind geweest was, voor de tweede keer bij zich. Ze zeiden: ‘We weten al dat Jezus zich niet aan de wet houdt. Spreek nu de waarheid, tot eer van God!’
De man zei: ‘Of Jezus zich niet aan de wet houdt, weet ik niet. Maar één ding weet ik wel: eerst was ik blind, en nu kan ik zien!’
Toen vroegen ze hem: ‘Wat heeft hij precies gedaan? Hoe heeft hij je genezen?’ De man zei: ‘Dat heb ik al verteld, maar jullie hebben niet geluisterd. Waarom willen jullie het nog een keer horen? Willen jullie misschien leerlingen van hem worden?’
De leiders begonnen de man uit te schelden. En ze zeiden: ‘Wij zijn leerlingen van Mozes, maar jij bent een leerling van die Jezus! We weten dat God tegen Mozes gesproken heeft. Maar van Jezus weten we niet eens waar hij vandaan komt!’
De man die blind geweest was, zei: ‘Heel vreemd, dat jullie niet weten waar Jezus vandaan komt! Hij heeft ervoor gezorgd dat ik kan zien! En iedereen weet dat God niet luistert naar slechte mensen. God luistert alleen naar mensen die hem eren, en die doen wat hij wil. Jezus heeft iemand genezen die blind geboren is. Zoiets is nog nooit eerder gebeurd. Dus Jezus moet wel bij God vandaan komen, anders had hij dat niet kunnen doen.’
De leiders zeiden tegen hem: ‘Jij zit al vanaf je geboorte vol kwaad! Denk maar niet dat jij ons iets kunt leren!’ Ze stuurden de man weg, en hij mocht nooit meer in de synagoge komen.
Jezus hoorde wat er met de man gebeurd was. Toen hij hem zag, zei hij: ‘Geloof je in de Mensenzoon?’ De man antwoordde: ‘Heer, kunt u me zeggen wie dat is? Dan zal ik in hem geloven.’ Jezus zei: ‘Je hebt hem al gezien, hij spreekt nu met je.’ Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer.’ En hij knielde voor Jezus.
Jezus zei: ‘Mijn komst naar de wereld bepaalt hoe het met de mensen zal gaan: blinde mensen gaan zien, maar mensen die zien, zullen blind worden.’
Een paar farizeeën die erbij stonden, hoorden dat en zeiden: ‘Wij zijn toch niet blind?’ Jezus antwoordde hen: ‘Als jullie blind waren, zouden jullie niet schuldig zijn. Maar jullie beweren dat je kunt zien. En dus blijven jullie schuldig.’
In de tekst van vandaag gaat Johannes verder in op het thema ‘blind zijn’ en ‘zien’. Hoe blind de farizeeën zijn, blijkt al uit hun eerste uitspraak: ‘Geef Gód de eer’ – en dus niet Jezus (vers 24). Wie het evangelie tot nu toe aandachtig gelezen heeft, weet allang dat zij hier een tegenstelling zien die volgens Johannes helemaal niet bestaat: wie Jezus eert, eert God. Juist de man die blind was, begrijpt dit heel goed. Jezus heeft hem beter gemaakt, dat is voor hem voldoende bewijs om te geloven dat Jezus van God komt. En wanneer Jezus zich als Mensenzoon aan hem voorstelt, heeft hij er geen enkele moeite mee om te geloven dat dit inderdaad de hemelse koning is aan wie God volgens Daniël 7:13-14 alle macht heeft gegeven.
Wat vindt je van de verschillende manieren waarop de farizeeërs, de man en Jezus het woord ‘zonde’ gebruiken?