Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna.
Vandaag lezen we uit Lucas 21:1-4.
In de tempel keek Jezus naar de rijke mensen die geld in de geldkist deden. Hij zag ook een arme weduwe. Zij deed twee muntjes in de geldkist. Die waren bijna niets waard.
Toen zei Jezus: ‘Luister goed naar mijn woorden: Die arme vrouw heeft het meest gegeven van allemaal. Want de anderen gaven een deel van het geld dat ze overhadden. Maar die vrouw gaf geld dat ze niet kon missen. Al het geld dat ze had, geld waar ze van moest leven.’
---
Meer is beter, dat is hoe het vaak werkt in deze wereld. Meer verdienen, meer kopen, en ook: meer geven. Soms kun je als christen een druk voelen om zoveel mogelijk te geven aan de kerk of aan goede doelen. Dat is toch wat God van ons vraagt?
Er zijn veel organisaties die geweldig werk doen en die gulle giften en dikke cheques heel goed kunnen gebruiken. Geven zou echter geen last moeten zijn, iets waar je van wakker ligt of wat je met pijn in het hart doet. Paulus schrijft over de collecte voor de gelovigen in Jeruzalem: ‘Als u namelijk bereidwillig geeft van wat u hebt, worden uw gaven met vreugde aanvaard; u hoeft niet te geven van wat u niet hebt. Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn’ (2 Korintiërs 8:12-13). Geven mag iets vreugdevols zijn wat naar draagkracht gebeurt: ‘Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft’ (2 Korintiërs 9:7).
De twee muntjes van de weduwe maakten in de praktijk misschien weinig verschil vergeleken met de grote giften van de rijken. Maar tegelijk maakte dat kleine bedrag juist alle verschil voor de gever zelf. Deze vrouw koos ervoor om te delen van haar armoede. Daarmee was ze misschien wel rijker dan elke ander.
Hoe ga jij om met giften? Waar baseer je je keuzes op? Ben jij een blijmoedige gever?