Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Mijn naam is Dick.
Vandaag lezen we uit Handelingen 24:10-21.
Toen gaf Felix een teken dat Paulus mocht spreken. En Paulus zei: ‘Ik ben blij dat ik mezelf bij u mag verdedigen. Want u spreekt al heel lang recht over mijn volk. Daarom vertrouw ik op uw oordeel.
De dingen die Tertullus zegt, zijn niet waar. Ik ben pas twaalf dagen geleden naar Jeruzalem gekomen om God in de tempel te eren. Dat kunt u makkelijk controleren. Ik heb in Jeruzalem met niemand een discussie over het geloof gehad. Ik heb ook geen opstand veroorzaakt in de tempel, in de synagogen of ergens anders in de stad. Tertullus en de Joodse leiders hebben dus geen bewijs voor hun beschuldigingen!
Tertullus noemde mij een Nazoreeër, maar ik noem mijzelf een christen. En als christen vereer ik de God van onze voorouders. Ik geloof in alles wat er in de wet van Mozes en in de boeken van de profeten staat. Net zoals de andere mensen hier, verwacht ik dat de doden weer zullen leven. God zal de goede en de slechte mensen laten opstaan uit de dood. Daarom probeer ik altijd goed te leven en te doen wat God wil.
Ik ben lang uit Jeruzalem weg geweest. En ik kwam terug om geld te brengen aan de arme mensen van mijn volk. Ook wilde ik offers brengen in de tempel. Daar was ik mee bezig toen een paar Joden uit Asia mij zagen. Zij zouden eigenlijk hier moeten zijn om mij te beschuldigen. Maar dat zouden ze niet kunnen. Want ik heb niets verkeerds gedaan! Ik had me bij de ingang van de tempel gewassen, en er was absoluut geen ruzie of onrust.
Toen moest ik bij de Joodse leiders komen. Ook zij konden me nergens van beschuldigen. Ik zei wel: ‘Ik geloof dat de doden zullen opstaan. Dat is de enige reden dat ik me voor jullie moet verdedigen.’ Misschien zijn ze daar boos over. Deze leiders hier waren erbij, laten zij maar zeggen wat ik verkeerd gedaan heb.’
---
Paulus wordt beschuldigd van het verstoren van de vrede, terwijl de Romeinse bestuurder wordt geprezen voor het bevorderen van vrede. Juist dat maakt deze aanklacht zo ironisch: hij wordt beschuldigd van het verstoren van vrede, terwijl Paulus het goede nieuws vertelt dat Jezus Christus is gekomen voor de vrede voor alle mensen! In zijn toespraak volgt ook Paulus de retorische regels van die tijd. Lofprijzing voor de bestuurder en daarna weerlegt hij alle vier de punten van Tertullus' aanklacht.
Wat is 'vrede' volgens jou? Heeft vrede voor jou ook iets te maken met Jezus, zoals bij Paulus?