Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Hanna. 

Vandaag lezen we Jesaja 7:10-17.

Jesaja moest van de Heer ook nog het volgende tegen koning Achaz zeggen: ‘U moet een teken vragen aan de Heer, uw God. Een teken van beneden, uit het land van de dood. Of een teken van boven, uit de hemel.’ Maar Achaz zei: ‘Nee, dat doe ik niet. De Heer mag niet denken dat ik hem niet vertrouw.’
Toen zei Jesaja tegen Achaz: ‘Luister! U zorgt ervoor dat de mensen ongeduldig worden. Wilt u dat mijn God ook ongeduldig wordt? De Heer zelf zal u een teken geven. Een jonge vrouw zal zwanger worden en ze zal een zoon krijgen. Ze zal haar kind Immanuel noemen. De jongen zal boter en honing eten totdat hij geleerd heeft om te kiezen. Hij moet leren om te kiezen voor het goede, en niet voor het kwade. Maar voordat hij dat geleerd heeft, zal er een verschrikkelijke tijd komen voor Resin en Pekach. Voor die twee koningen hoeft u dan niet meer bang te zijn. Want hun land zal verwoest worden, er zal niemand meer wonen.
Maar ook voor u, voor uw volk en voor uw familie zal er een afschuwelijke tijd komen. Het is lang geleden dat er zo’n slechte tijd geweest is. De laatste keer was toen Israël en Juda gescheiden werden. Die afschuwelijke tijd begint als de Heer de koning van Assyrië op u afstuurt!’

---

Ondanks Achaz’ angstige bezwaren zegt Jesaja dat God juist graag een teken wil geven. God wil hoop geven, iets om naar uit te zien. En dit teken is een kind – met de naam Immanuel. Dat betekent: ‘God met ons’. God wil in de eerste plaats met de mensen van Juda, met de koning zijn. Hij is niet zozeer een God die van alles vóór hen dóét, maar een God die ten diepste mét hen wil zíjn. Ook in alle duistere dagen die nog gaan komen.  

Benader je God vaak als een God-voor-mij of een God-met-mij?