Leuk dat je luistert naar dagvers, de dagelijkse podcast van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. Ik ben Daniël.
Vandaag lezen we uit Exodus 31:18-32:14.
Dat alles zei God tegen Mozes op de berg Sinai. Daarna gaf hij aan Mozes twee stenen platen. Daarop had God zelf zijn wetten en regels geschreven.
De Israëlieten wachtten tot Mozes terug zou komen van de berg Sinai. Maar het duurde erg lang. Toen gingen ze naar Aäron, en zeiden: ‘Mozes is de man die ons uit Egypte weggehaald heeft. Maar we weten niet wat er met hem gebeurd is. Maak daarom een god voor ons! Dan kan die ons door de woestijn leiden.’
Aäron zei: ‘Dat is goed. Geef me dan eerst alle gouden sieraden van jullie vrouwen, zonen en dochters.’ Meteen deden alle Israëlieten hun gouden sieraden af en gaven die aan Aäron. Aäron liet de sieraden smelten, en van het goud maakte hij een beeld van een stier.
De Israëlieten riepen: ‘Dit is onze god. Hij heeft ons weggehaald uit Egypte!’ Toen Aäron dat hoorde, bouwde hij een altaar voor het beeld. Hij zei: ‘Morgen is er een feest voor de Heer.’
De volgende ochtend stond iedereen vroeg op. Ze brachten offers aan het beeld, en daarna gingen ze zitten eten en drinken. Het werd een vrolijk feest.
De Heer zei tegen Mozes: ‘Ga terug, de berg af. Want dat volk van jou, dat je uit Egypte gehaald hebt, gedraagt zich heel slecht. Ze doen nu al niet meer wat ik gezegd heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt. Ze hebben voor het beeld geknield en ze hebben er offers aan gebracht. Ze zeiden: ‘Dit is onze god. Hij heeft ons weggehaald uit Egypte!’
Ik ken dit volk, Mozes! Ik weet hoe ongehoorzaam de Israëlieten zijn. Ik ben woedend op hen. Ik zal hen allemaal vernietigen, het hele volk. En probeer me niet tegen te houden!
Maar van jou zal ik een groot volk maken.’
Mozes probeerde de Heer, zijn God, op andere gedachten te brengen. Hij zei: ‘Natuurlijk bent u kwaad. Maar u hebt uw grote macht laten zien, toen u uw volk uit Egypte bevrijdde. Als u de Israëlieten nu vernietigt, zullen de Egyptenaren zeggen: ‘Hij heeft hen wel bevrijd, maar alleen om hun kwaad te doen. Hij wilde hen in de bergen doden en van de aarde laten verdwijnen!’
Dat wilt u toch niet? Wees toch niet boos meer! Doe uw volk toch geen kwaad! Denk aan uw dienaren Abraham, Isaak en Jakob. U hebt plechtig beloofd om hun zo veel nakomelingen te geven als er sterren aan de hemel zijn. En het land dat u hun beloofde, zou u voor altijd aan die nakomelingen geven.’
Toen kreeg de Heer er spijt van dat hij zijn volk had willen vernietigen.
---
De inkt is nog niet droog of de overeenkomst kan alweer de prullenbak in. Terwijl Mozes twee stenen platen met de wetten van God krijgt, gaat het al mis. Het volk overtreedt de eerste twee geboden (Exodus 20:3-6). Omdat Mozes zo lang wegblijft, denken ze dat ook God wegblijft. Ze maken zelf een god: een stierkalf, jong en sterk. Een god die ze kunnen zien en aanraken.
God trekt zich terug uit het verbond. Het is ‘jouw volk’, zegt Hij tegen Mozes. Maar Mozes bidt: hij praat het volk niet goed, maar wijst God op diens eigen beloftes. En Mozes’ gebed heeft effect.
Geloof je dat jouw gebed effect heeft?