Hoe de GGZ verandert
Hoe de GGZ verandert
Hoe de GGZ verandert - Jubileum aflevering
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Zes jaar geleden begon mijn reis door ons land, op zoek naar de verandering in de GGZ. Ik interviewde vele mensen en projecten en leerde van hun over de mogelijkheden om het anders te gaan doen. Ik vroeg Floortje Scheepers, hoogleraar innovatie GGZ, het hemd van het lijf om de vertaling van de innovatie te maken. Het resultaat van deze zoektocht is Het Huis geworden, een centrum voor specialistische GGZ voor kinderen en jongeren van 7 tot 24 jaar, dat ik samen met mijn compagnon Niek Hayen opzette.
Waar mijn podcast 'Hoe de GGZ verandert' begon als een zoektocht naar verandering, is Het Huis met de Familie GGZ een gevestigde voorloper geworden in de noodzakelijke verandering in de GGZ.
Met al onze ervaring is het nu tijd om de rollen om te draaien. Floortje interviewt nu Niek en mij. Over het opbouwen van Het Huis, de uitdagingen en de ervaring en kennis die we opdeden. Over onze toekomstdroom voor de GGZ.
Muziek van Niek Hayen, album Nachtfruit!
Welkom bij de podcast Hoe de GGZ verandert. Vijf jaar geleden maak ik deze podcast over mijn zoektocht naar nieuw normaal in de psychiatrie. Ik vroeg Florje Schepers, hoogleraar innovatie in de GGZ, destijds mij hier meer over te leren. Met alle kennis die ik opded, bouw ik vijf jaar geleden met mijn compagnon Niek Haaien het Huis op. Een centrum voor specialistische GGZ voor kinderen en jongeren in Haarlem. We hebben inmiddels veel ervaring op gedaan met een nieuwe manier van werken. Daarom is het tijd om de rollen om te draaien. Carlein en Niek, wat ontzettend leuk dat ik hier met jullie zit en dat ik jullie wat vragen mag stellen over wat jullie in de afgelopen vijf jaar hebben neergezet. Want ik vind dat heel bewonderenswaardig. Maar ik denk dat de luisteraars ook graag willen weten hoe jullie dat gefixt hebben. Jullie zijn het huis begonnen en ik wou eigenlijk als eerste vraag gewoon stellen: wat was daar nou precies de reden voor om daarmee te beginnen? Was er niet genoeg in de GGZ waar jullie terecht konden en gewoon konden starten met werken? Ja, voor mij was het eigenlijk geboren uit noodzaak. Ik had eigenlijk nooit bedacht dat ik uit de academie zou gaan, dat was echt wel mijn voorland, dacht ik. En toen werkte ik op een plek en het voelde niet goed. En ik dacht, jeet, hoe we hier kijken naar psychisch lijden en hoe we het benaderen, dat moet toch zo anders kunnen. Maar hoe meer ik daarover ging vragen, hoe moeilijker dat eigenlijk werd. En op een gegeven moment dacht ik, dit is niet meer mijn plek, ik moet het zelf anders gaan doen. En voor mij was de reden dat ik werkte in een grote periferie GGZ instelling. En ik had opeens ook de kans gekregen om ook projecten op te zetten en inhoudelijk manager te zijn. En ik merkte dat bij elk ding wat werd opgezet, elk nieuw initiatief wat we bedachten, dat bij de eerste de beste bezuinigingsronde, en het waren heel veel, werd de innovatie of het meest belovende, hoopvolle stuk ook weer weggeschaafd, met een grote bezuinigingskaanschaaf. Dus ik ben toen ook mijn hoop verloren dat innovatie en iets nieuws vanuit grotige gezetteinstellingen komt. Dus toen Klijn, en we kennen elkaar van de opleiding tot systeemtherapij, maar toen Klijn een keertje na een paar biertjes, ik had ook wat gedronken, het is jij al lees had ik. Maar toen zei, ik ga. Ik wil het echt anders gaan doen. Ik wil echt iets van scratch opbouwen, zei ik van ik ben erbij. Dat was altijd ook al een droom geweest. Maar ja, dat was wel de reden. Dus vanuit verschillende kanten. Jij vanuit de academie, ik vanuit de periferie GZ, hadden we allebei het gevoel, hier zit het niet. Dus daar wil ik even op doorvragen. Want jij zegt, jij voelde ook dat het er niet zat. En Carlijn voelde dat kennelijk ook. Maar jij zegt daarbij de innovatiekracht van die GGZ was er niet. Want alles wat vernieuwd werd, werd ook weer weg, bezuinigd. Dus er zat geen veranderkracht. Maar wat moest er dan volgens jullie veranderen? Wat was er in essentie daar niet goed wat je wel wilde gaan doen in dat huis? Het inzet, het betrekken van dat systeem. Dus ik werkte natuurlijk in de kinderjeugpsychiatrie en ik zag al die kinderen op de gesloten afdeling. En die kinderen hadden natuurlijk verhalen. Verhalen die gingen over hun verleden. Maar dat verleden, die familie, zat nooit in de Kamer. Die werden gezien door de ouderbegeleiding. En die werden dus daar gesproken over hun kinderen, maar het werd nooit geheeld. Dus de pijn en de dynamieken. En dat bleef allemaal nog zoals het was. Dus met de illusie dat die kinderen dan in die afdelingen zouden tot rust zouden komen, maar dan moest ze ook weer terug. Dus ik ging vragen, waar zijn die ouders dan? Waar is die familietherapie? Waar zijn die grootouders? Maar dat was er niet. En kennelijk was dat iets wat jullie in elkaar vonden. Want jullie hebben dus beide die systeemopleiding gedaan, waar dit natuurlijk ook heel erg het uitgangspunt is, toch? Jazeker. Maar ook, het is meer dan dat. Want vanaf als je gaat beginnen te denken in complexiteit en in dynamieken, dat alles eigenlijk met elkaar verbonden is, dan doet dat lineaire denken, dat gaat over stoornissen. Eigenlijk die kinderen en die symptomen en die klachten geen recht meer toe. En dan kom je dus eigenlijk van het ene struikelpunt op het volgende punt. Want oké, het individuistische klopt niet. Het hele systeem moet hier weer worden geheeld en moet veranderen en worden geheeld. Maar dan klopt eigenlijk ook dat denken in die DSM-taal niet meer. En dan eigenlijk ook van al dat gepraat, lukt dat eigenlijk wel? Of moeten we het de andere weg op? En zo kwam ik eigenlijk van van mijn dilemma 1 naar dilemma 2. En dat ging eigenlijk zo door en ik kwam niet meer uit. En ik herinner me ook een sessie helemaal in het begin, toen jullie nog niet gestart waren, ergens op een zolder in Amsterdam volgens mij. En Niek speelde gitaar. En Carlijn was een liedje aan het zingen. Of dat deden jullie samen. En er waren een soort sessies met heel veel stakeholders hadden jullie uitgenodigd. Dat is ook een beetje illustratief voor dat complexiteitsdenken, denk ik. Want wat kunnen jullie daar iets meer over zeggen? Wat daar de bedoeling van was. Het was de Turun Club, zo heet het, opgezet door Briin van Twaalf heet hij volgens mij. Dus een muzikant, een kunstenaar. En het idee was dat er werd nagedacht over maatschappelijke issues en maatschappelijke problemen. Door heel veel verschillende disciplines. Dus er waren kunstenaars, die dag, jij was er. Er waren ervaringsdeskundigen. Elke sector was wel vertegenwoordigd. Een kinderarts. Een heleboel ontzettend veel mensen. En het mooie daarin was, was dat er dus heel veel mensen meedachten met ons, we willen heel graag de kinder-jeugdpsychiatrie veranderen. Wat zouden jullie doen? Hoe denken jullie over het idee wat wij al hebben? Want we hadden al een heel plan. We hebben ook voor de eerste keer toen al heel veel contacten, we waren al heel veel bezig met denken hoe gaan we het van scratch ook echt veranderen. En elke feest wil ook het contextueel en systemisch denken verwerken. Maar het was ook de eerste keer dat we echt samen ergens stonden en liedjes te zingen. Sowieso is dat wel het meest verbindende wat er is. We bouwen een huis. Wat zijn we ook echt gaan doen. En één ervan zingen we nog steeds. Dus elke keer als er een nieuwe teamgenoot in het huis komt, dan op de eerste ochtend ze komen, dan zingen we het hele team een van die liedjes. Geestig. Want jullie praten over teamgenoten en niet over patiënten of. Ja, dus die collega's is echt het team. En de kinderen en jongeren bij ons in zorg zijn, onze huisgenoten inderdaad. Die turnag was een hele mooie dag. En wat we er ook van meenamen is dat het heel complex is. Dus zo'n groot vraagstuk, waar zoveel verschillende dilemma's en complexiteiten op inspelen, dat ze eigenlijk best moeilijk om dat zomaar voor te leggen aan een x-aantal mensen. En wat we ervan meenamen is eigenlijk dat als je dat je eigenlijk kleine stukjes enkel kan voorleggen aan mensen, dat ze daarover kunnen nadenken. Maar het hele grote plaatje, dat is toch echt iets waar je gewoon heel lang met heel veel mensen eerst over na moet denken zelf. En dat hadden we natuurlijk wel gedaan in de vooravond van die Turclub. Maar het was prachtig, hè? We hadden daar heel veel vakgenoten en ook heel veel medici, maar ook kunstenaars en muzikanten. Dat was een mooie dag. Ja, het was een hele mooie dag, herin ik, maar ook zo. En dat was natuurlijk het punt waarop je had kunnen besluiten. Nu rennen we weg, want dit is veel te groot en complex. Maar dat hebben jullie niet gedaan, want jullie zijn begonnen. En kijken nu terug op vijf jaar bouwen aan een huis. En willen jullie daar eens op terugblikken? Wat is het eerste die je opkomt? Ja, vijf jaar. Dus dat klinkt al heel erg lang. En als ik ook zo terugdenk aan de eerste gezinnen die binnenkwamen, die jongeren zijn nu echt wel al flink volwassen. Soms komen ze nog wel eens tegen. Dus het is heel hard te werken geweest. Dat is het eerste wat bij mij opkomt. Dus echt, die eerste jaren zijn we echt dag en nacht bezig geweest. In de weekenden waren we koffiebone aan het bestellen nog in het weekend, omdat we echt alles zelf deden. Dus we hebben wel echt kunnen leren hoe een instelling opzetten. Ook werkt. Dus we hebben echt elke millimeter ook zelf gedaan. En voor mij, ik weet niet hoe het voor jou voelt. Als ik nu terugdenk, denk ik van ja, het is mogelijk. En het is fijn om het dan ook helemaal zelf te hebben gedragen. Dus niet uit te besteden aan medetjes, maar het echt zelf te dragen en te weten wat je doet. En waarom je het doet? Want dit was de allereerste gezinnen die we gingen behandelen. En waarbij we werken van ja, dit is echt wat we gebeurt wat we hadden verwacht en eigenlijk nog beter. Dus door echt het hele familiesysteem, het steunsysteem erbij te betrekken, krijg je echt iets anders. En zijn klachten ook veel behapbaarder. Dus het vraagt veel van jezelf om echt uit je rol te stappen als hulpverlener en echt als mens bij gezinnen te gaan zitten, om echt familieverhalen te verzamelen. Om echt ook te kijken waar zitten de krachten in het systeem. Hoe kunnen jullie het verder dragen? Maar het is zo ontzettend mooi om alles ook te kunnen zien. En ook om te zien dat gezinnen het zelf kunnen gaan dragen. Dat grote ouders erbij betrekken dat het heel ingewikkeld lijkt, maar het is simpel als dat. Jij vraagt ze erbij en zegt het is hoe we het doen. En het werkt. Hoe is het voor jou? Nou, ik vond ook echt heel hard werken. Maar goed, ik had natuurlijk ook niet toen. Cato was de jongste van de drie, was echt vier maanden oud toen we open gingen. Dus ik kijk er ook naar terug als waar jou mee begon. Het was echt wel pittig. Ik ging ook van artscent naar psychiater, dat was een rolverandering. Van in dienst zijn naar de baas zijn, dat was ook een rolverandering. En dan inhoudelijk voelde ik me verantwoordelijk voor echt een ernstige groep voor die hele zorg. Dus dat was echt veel. En prompt drie maanden nadat we open waren, gingen we een aanbesteding in. En de aanbesteding was ook echt heel met de gemeente, moet je dan zorgen dat je zorg ingekocht wordt. Dat bedenk gewoon niet van tevoren dat je in een samenwerkingsverband moet en alle krachten die erop inspelen. Dus ja, met was wel pittig. Het is allemaal goed gegaan. Het heeft wel echt twee rimpels gekost, zeg ik altijd. Maar ik vond het echt pittig om te voelen hoe jeugdzorg is georganiseerd en hoe dat gaat met directeuren en wat de belangen zijn. Dat zo ver is van de inhoud. Die wij gelukkig wel de hele tijd samen vasthielden. Dat was wel echt fijn en Niek. Dat aan de ene kant waren we de hele dag klinisch bezig. En dan in de avond in de weekenden bouwden we dat bedrijf. Waardoor de bedoeling elke keer wel nog zo tastbaar was. En dat was wel echt een driving force om door te gaan. Maar het was wel echt veel. Ik ben nog steeds aan het kijken welke van de drie rimpels je bedoel. Maar over die aanbesteding. Wat dus echt wel een lastige was, is dat we dat we echt het doel hadden van we stappen in een ander. We stappen uit die systemen die zo beperkend voelen. En we komen dan in een nieuw systeem, waar je dus van de gemeente de opdracht krijgt. Ja, jullie moeten gaan samenwerken. We hebben wel een fijn samenwerkingsverband gevonden hoor. Maar je moet gaan samenwerken. Dus het ging heel erg over je kleur behouden, je eigen missie blijven uitdragen in een systeem. Ja wetten die er zijn. Je kan er niet omheen. Nou, minder nog, ondanks de regels en de wetten, want daar kunnen we ons prima mee toe verhouden. Want hoe we inhoudelijk werken, past prima binnen wetstrijd. Ja, maar ik bedoel natuurlijk ook de inkoopregels en allerlei andere bureaucratie die hangt om zo'n aanbestedingsprocedure. En hoe verhoud je tot andere instellingen met zo'n andere visie en missie. Dus ja, dat wel echt pittig. Maar je zegt dus eigenlijk dat ondernemerschap is heel zwaar geweest, maar omdat we de inhoud konden vasthouden ook en dat zelf deden, heeft het er niet voor toe geleid dat we ons daar doorheen hebben weten te slepen. En dat dat zware, neem ik aan, nu wat minder is, dat echt het huis staat. En dat die inhoud ook echt kan floreren. Want ik begrijp, jullie hebben daar ook onderzoek naar laten doen. En kun je daar iets over vertellen, wat dat opgeleverd heeft? Ja, dus we doen nog steeds onderzoek. En we zijn samenwerking aangegaan met LUMC, met Laura Notenboom onder andere. En we hebben een PhD. Jullie hebben Godhelpijs, zij doet haar promotieonderzoek naar het huis. Dus we hebben gezegd eigenlijk tegen de wetenschappers, onderzoek het maar. En laten beginnen met als je dus alles verandert, is het dan gelukt om te om. we hebben een idee gehad, is het gelukt om dat te bereiken. En wat is dat dan? Dat werkt en hoe dan? Heel open. Dus daar hebben we het er kwalitatief onderzoek voor gebruikt. Heel mooi onderzoek. Dat voor publicatie ligt bij de British Medical Journal of Psychiatry. En dat is heel mooi onderzoek is dat geweest. En nu blijven we onderzoek doen naar bijvoorbeeld onze kennismaking. En daarna zal er weer een ander facet van het huis worden onderzocht. Omdat het onze missie is om die kinderpsychiatrie, eigenlijk de hele psychiatrie, te veranderen naar een nieuw normaal, die wij de familie GGZ noemen. En daarvoor moet je gewoon de brug bouwen naar die academie. Terecht ook, als je het nieuw doet, moet je het ook gaan onderzoeken. En ja, dat is heel fijn. Want dat is dus bewezen en dat is fijn. Dus wat jullie bedacht hadden, klopt, is bewezen effectief. En ik heb begrepen dat het ook niet heel veel duurder is, maar zelfs goedkoper. Reguliere zorg, toch? Precies, we hebben een extern onafhankelijk adviesbureau twee jaar lang het huis ingelaten en hebben gezegd, je mag alles onderzoeken. Zowel aan de kostenkant als aan de effectiviteit. En zij hebben dus een maatschappelijke kostenbatenanalyse gemaakt. Het kost heel veel tijd en heel veel geld met hulp van de FNO, die al deze onderzoeken heeft gefinancierd. Zo'n fonds. Ja, zo'n fonds projectfonds. Ja, dat is echt ontzettend fijn. Zonder hun was dat ook niet mogelijk geweest. En zij hebben dus gekeken naar het maatschappelijk rendement. Dus elke euro die in het huis stopt versus elke euro die naar een reguliere GGZ-instelling gaat, hoeveel levert dat op? Dan moet je voorstellen, als er anderhalve euro uitkomt, dan betekent dat dat elke euro anderhalve euro oplevert. Dus een super groot rendement in een sociaal domein. En bij ons is dat 2,5 euro gebleken. Rijksteal. Ja, dat zijn giga, giga getallen. Superfijn hè. Want dat is dus eigenlijk de bevestiging dat jullie gevoel bij het opzetten van het huis goed heeft gezeten. En het voelde niet goed zoals het georganiseerd was. En in te rigide systemen terecht was gekomen en jullie hebben het zijn eruit gebroken. En dan na vijf jaar kun je ook nog concluderen, het heeft iets heel moois opgelegd. Ja, dat is toch ongelooflijk. En eigenlijk, als je nu kijkt van hoe onze behandeling eruit ziet, is het helemaal niet zo. Voel je het heel erg logisch? En past het heel erg bij deze tijd. En bij de stroming die er sowieso is. En mensen gaan op zoek naar wat draag ik mee van andere generaties, gaan op zoek naar zichzelf, gaan ervaringsgerichte, ook dingen doen. Gaan hun lijf meenemen in hoe ze zich voelen en denken. En dat doen wij ook. Dus eigenlijk voelt het nu. Soms zijn we ook gewoon het hele referentiekader wel eens kwijt. Hoe gebeurt het nu in de normale zorg, in de reguliere zorg. En het is best wel, het voelt niet meer van deze tijd als je soms hoort hoe er wordt ingezoomd, hoe er over klachten wordt nagedacht. Terwijl wij met z'n allen in de samenleving bezig zijn met allemaal familieopstellingen en op zoek naar onszelf en ons eigen familieverhaal. Dus het voelt ook alsof alsof dat het ook is? Alsof we dat meer in de kinder en jeugd gegen zitten. Heel goed, ontzettend veel om trots op te zijn. Ik vraag me dan af, zijn er in die vijf jaar ook dingen geweest waar je ontzett van gebaald hebt of teleurgesteld bent geraakt? Die niet lukte of die echt tegenvielen, ben je echt grote obstakels tegengekomen waarvan je denkt, als dat er niet was geweest, dan waren we misschien nu al wel drie stappen verder geweest. Dat heeft ons in de weg gezeten. Waarom faciliteert het systeem dit niet meer? Dat denk ik tenminste wel eens als ik goede initiatiefwoning borstelen altijd met. Nou, ik denk dat we ons heel snel hebben beseft dat als je een goed initiatief hebt, moet je zorgen dat het gefinancierd wordt. En dat is denk ik was anders een heel groot obstakel geweest, wat je in heel veel innovatieprojecten toch merkt, dat is het heel mooi project, geen duurzame financiering. Daar hebben we natuurlijk gewoon hulp gehad van de FNO. Dat is een hele grote hulpbron geweest. En de aanbesteding in de gemeente van Haarlem en alle regels eromheen. Die heel goed hebben gezien, hier moeten we geld in stoppen. Dus we gaan dit initiatief duurzaam financieren. Dus dat was een grote obstakel, maar het systeem daar is juist meegegaan. Want eigenlijk wat wij doen, wil eigenlijk iedereen. De wijkteams, de gemeente. Iedereen wil dat families en systemen meer dan enkel alleen de zorg, het lij gaan dragen. Dus dat niet. Ik zat te hard na te denken over. Nou, bijvoorbeeld waar ik wat ik me niet had gerealiseerd, is dat wat we vragen van mensen om bij ons te werken. Dat is echt wel een groot verschil. Want we zeggen eigenlijk, we vinden het vooral fijn dat je hier zit als mens. Dus leuk, al die functies. Maar wie ben jij als mens met al jouw kwetsbaarheden en al jouw warmte en al jouw compassie. En doordat we zo dichtbij komen, letterlijk en figuurlijk. Want vandaag hebben we Niekie de hele dag met ons team traumatherapie gegeven. En dan doen we dat heel erg met het lijf ook. Nou, dan zit je heel dichtbij bij iemand. Dat doet wat met ons, met het hele team. Want het is zo dichtbij, dat je dus als mens zo meevoelt. Dat wat we dus van ieder vragen, is best wel veel. Dus de zoektocht naar die dat kunnen dragen, is best een tocht. Zeker omdat het gros van onze collega's, toch wij met z'n allen toch een beetje wooned healers zijn met onze pijnen. En dat is te redden van een afstandje distantie. Mij als expert en met die klassificaties en al je methodes en je methodiek. Maar dat red je niet meer als we je vragen: gewoon als mens heel nabij met iemand door die pijn heen te gaan. Dus dat is iets. Snel groeien hebben we nooit gewild, maar zou ook niet kunnen. Maar dit is wel iets wat ik begrepen heb, waarvan jullie denken dat dit ook te weinig in de opleiding zit. En in het onderwijs zit. En waar jullie volgens mij ook iets mee willen gaan doen toch? Want als we nou even kijken naar de toekomst. Natuurlijk, je zegt terecht, we moeten niet sneller willen dan het gaat. Maar je wil natuurlijk wel dat dit verbreed en dat het verder komt. Want hoe kijken jullie daarnaar? Hoe ga je dat aanpakken? Ja, dus we hebben dus eerst gedacht, we gaan het huis door het land verspreiden, ben je ook nog wel eens bij aanwezig geweest met denktafels. Hoe gaan we dat nou doen bij in hoe jeugdzorg is georganiseerd? Dat vertelde ons vooral dat het een draak van een taak zou zijn. Toen hebben we ons toch wel achter de oren gekrabbeld. Willen we dit wel, of gaan we hier helemaal kapot aan het systeem. Niet iedere gemeente is als Haarlem. Dan moet je dat overal opnieuw aangaan. Precies, precies. Dus toen zeiden we oké, wat we eigenlijk moeten doen, is hier gewoon een ontzettend goed expertisecentrum worden met een heel goed team. En eigenlijk zijn we experts in systemisch en intergenerationeel werken op een lichaams- en ervaringsgerichte manier. Dus we worden een opleidingsinstituut waarbij we aan de ene kant een opleidingsfamilie GZ hebben geschreven die geaccrediteerd is voor alle beroepsverenigingen. om teams van GGZ-instellingen een jaar lang op te leiden volgens dat nieuwe normaal, zodat ze zelf die kennis hem mee kunnen nemen naar hun instelling en het van binnenuit kunnen veranderen. Want dat is de missie. Iedereen mee, maar het is makkelijker als pietbootje. Dus moeten we een beetje voortrekkers hebben. En aan de andere kant is het ook zo dat dat wat we kunnen, eigenlijk zou je voor veel meer mensen willen doen. Eigenlijk meer aan de preventiekant. Dat is eigenlijk zonde dat je bij ons alleen maar terecht kan. Als je ernstig leidt en dan toevallig ook nog in die grote regio. Want dus hebben we gezegd, oké, we gaan kijken of we dit kunnen doen voor ouders, voor mensen. Dus eigenlijk veel breder zonder dat je helemaal vast zit, maar ook voor zorgprofessionals. Want ook zorgprofessionals moeten eigenlijk de mogelijkheid krijgen om door hun eigen pijn te gaan. Zodat ze en blijven staan als hulpverlener. En iedereen in de spreekkamer echt met meer nabijheid door hun pijn kunnen trekken. Maar goed, daar moeten we ze wel wat voor geven. Want ja. Als je bij Heineken werkt, krijg je het ene mooie leiderschapstraject met het andere. Maar in de GGZ's geen euro voor echt een heel goed traject over jouzelf. En daar gaan we wel een brug slaan, ook voor al die zorgprofessionals. Want je ga je het anders doen, moet je ook echt wel meer aan de slag met je eigen pijn. Dus en dan moet je leren om je eigen pijn te kennen en de anderen vasthouden in zijn of haar pijn. Terwijl je ook de luchtigheid brengt, terwijl je ze ook door een proces trekt, waarbij het moet schuren. En het laten schuren, is bijvoorbeeld iets wat denk ik de hele beroepsgroep heel moeilijk kan. We zijn geboren pleases, we zijn veel geparentificeerd, willen het graag oplossen. Wil je het graag oplossen. Dus het is ook best wel een moeilijke combinatie. Dus kwetsbare mensen met kwetsbare hulpverleners, met hopverlenes die je moeilijk los kunnen laten. Dus eigenlijk zou je het liefst hulpverlenes hebben die soms ook een bankiersmentaliteit kunnen hebben, en soms ook wat harder wijzen op of drukken op een pijnpunt om zo ook een behandeling te laten slagen en het echt te laten schuren om tot een verandering te komen. Dus daarin hoop ik ook. Je vraag je me over die bankiersmentaliteit over? Ja, moest ik ook even. Ik begrijp wat je bedoelt. Je bedoelt volgens mij dat wij wat conflictvermijd kunnen zijn als hulpverleners en graag aardig gevonden willen worden, omdat we het oplossen, het probleem. Maar dat het juist soms erom gaat dat je ook niet aardig moet zijn. En zo zie ik bankies. Dat wetenschappelijk onderzoek van ons, dat eerste studie, heeft dus laten zien dat wat we dus goed kunnen is dat we hullen die mensen in warmte en huiselijkheid puur vanuit gelijkwaardigheid. De mensen bij ons weten niet, is het nou een hulpverlener of is dat een andere oude. Dus we hullen ze in die warmte. Vervolgens hebben we een manier van werken, waardoor we heel makkelijk inzicht creëren. En dan bij die inzicht komt dus ook de pijn vrij. Dan gaan we meteen naar die pijn en creëren we frictie. En als we daar hebben gezeten, dan gaan we weer, pendelen we eigenlijk weer terug naar die lichte, warmte, warmte. Een beetje lichttijd een nieuwe laag van inzicht, boem naar de pijn. En zo draaien we echt die cirkels rond. En juist die frictie, dat is dus eigenlijk een hele belangrijke werkend mechanisme van het huis. Maar goed, ik denk dat dat ook misschien de essentie is van wat er misgaat in de GGZ. Dat is niet alleen maar het bureaucratische systeem of het rigide systeem, maar het is ook hoe de mensen zich niet vrij voelen in het systeem om dit te gaan doen, wat jullie eigenlijk aanwakkeren. Dat, maar ook hoe we eigenlijk te weinig tijd hebben en middelen hebben om al die mensen die die mensen moeten helpen, dat aan te leren. En zich daar zijn lang bij te doen. Maar ook dat je leven lang dit werk kan doen. Zodat je meer en meer ervaren en beter wordt. Zonder dat je helemaal kapot gaat. Dus hoe kun je naar de pijn en schoonblij tegelijkertijd. Nou dan moet je eerst schoon worden. Want we moeten ons verleden eerst aankijken, want we zijn ons instrument. Dat is natuurlijk gewoon de allerbelangrijkste factor. Dus daar moet tijd en geld in zitten. En we moeten schoonblijven. En dan kunnen we ervaring opdoen en wijzer worden, en rijper worden als hulpverlener en die kennis meenemen, zodat de goede ook blijven. Het is natuurlijk heel triest in ons vak. Dat zoveel mensen ook uitstappen en iets anders aan doen. Ik heb al heel veel gehoord van jullie en hele mooie plannen voor de toekomst. Wat dromen ze even hoe die toekomst eruit ziet voor het huis en voor jullie en voor de GGZ misschien wel in de breedste zin van het woord. Voor mij is het wel echt een droom dat het de norm wordt om het hele gezin en het familiesysteem te betrekken. Dus dat er niet meer alleen een puber wordt gesproken, of zeker niet een kind, maar ook een jonge volwassene altijd in de context. Want je ziet, je bent blind als je alleen maar een jongere in de kamer hebt. Dus dat het echt de norm wordt, dat er opa's en oma's meegenomen worden. Dat mensen ook, misschien is dat mijn grootste droom, dat mensen ook trots zijn als ze iets zijn aangegaan. En dat ze trots zijn als ze iets hebben doorbroken. Als pubus al weten van dit ga ik niet doorgeven aan kinderen die ik mogelijk ga krijgen. En dat je niet het idee krijgt dat er iets mis met je is op het moment dat je vastloopt. En dat na een behandeling dat je weer normaal bent. Maar dat je gewoon echt verder bent en echt een verhaal te vertellen hebt waarmee je anderen kunt inspireren. Mooi. En dat klinkt heel erg, het kwam net ook al in me op dat woord, toen jij over professionals had, dat je een beetje voorbij die schaamte probeerde te komen. Er zit natuurlijk ook heel veel schaamte bij heel veel gezinnen, maar ook bij professionals. Bij ons niet is mooi. Zo klinkt het inderdaad. Dus we kregen helaas van een gemeentelijke. Iemand die bij de gemeentewerk kreeg een mail die zei, ik zat een koffietje drinken en achterin zaten drie moeders te vertellen over het traject bij het huis, hoe mooi dat was. En dat de andere moeder zei. Ik wil dat ook. Dat dat iets is waar je trots op gaat zijn en wat niet kan vertellen. Dus dat zou mijn inhoudelijke droom zijn, die van jou ook niet. Dat ik dat de psychiatrie, dus echt, niet alleen de kinderen, die hele psychiatrie teruggaat naar het besef dat er zoiets is als dynamieke systemen en intergenerationele overdracht. En dat het patroon moet stoppen. En een soort van op het grotere plaatje hoop ik dat er zo'n maatschappelijke verandering komt. Naar niet kijken, niet het bestje van dat kind en dat kind dat hulp moet, maar dat we ons gaan beseffen dat er zoiets is als dat je de shit gewoon doorgeeft aan je kinderen als je niks doet? En dat heel veel kinderen de shit van hun ouders dragen. En dat zou ik heel mooi is. Dat je aan tafel zit met je vrienden en zegt, hey, wat welke shit geef jij eigenlijk door aan je kinderen? En dat dat gewoon iets is wat zo is, en wat we kunnen bespreken. En als we die shit kunnen gaan maken, dan hebben we, denk ik, echt heel veel bereik over nog iets wat jullie alle professionals die nu in de GGZ werken, maar ook andere mensen die luisteren naar deze podcast nog mee willen geven over het huis of over deze missie, die ik erg onderstree. Het zou prachtig zijn als we daar inderdaad uit gaan komen. Is er nog een soort laatste creet of oproep? Wat ik altijd merk is dat professionals van andere inzet dan zeggen, ja, maar de eerste reactie is: ja, maar ik werk niet bij het huis. Of ik heb een manager of een systeem waar dat niet kan. Maar ik geloof daar niet in. Ik geloof dat iedereen elk moment kan besluiten om het anders te gaan doen in die spreken. Er is geen verbod op het niet mogen uitnodigen van familie. Dat staat nergens. En eigenlijk is daar iedereen over eens. Je kunt gewoon bepalen, vanaf morgen ga ik het anders doen. En ga ik mijn afstand weggooien. En ga ik als mens hier contact maken. Of besluiten, ik heb eigenlijk best wel veel eigen shit. Ik moet hiermee aan de bak. Ik ga daarmee aan de bak. En dus die keuze die we elke moment kunnen maken, ik zou dat zo graag willen dat iedereen gaat voelen dat het kan. Of je nou wel of niet bij het huis werkt. Overal kan het. Hele mooie oproep. En fijn dat er ook een expertisecentrum komt waar jullie aan gaan reiken, hoe je dat dan kunt doen. Het is een hele mooie traject te doen. De eerste hebben we nu gehad. Ja, eigenlijk gun je het gewoon ook ons allemaal als behandelaar, want we hebben een zware baan. En we hebben een belangrijke baan. En we kunnen echt levens veranderen. En je kunt gewoon volledig als je zelf behandelaar zijn. Als ik terugkijk aan hoe bevroren we ook kunnen zijn en denken dat we dat we in die rol moeten zitten en dat we het allemaal goed moeten. Het antwoord moeten hebben. Dus dat mag je echt wel loslaten. Dus ik hoop dat mensen ook dat kunnen ervaren. Want daar worden we echt betere hulpverleners in. We kunnen niet alles weten. En jij blijft meebouwen, toch, Vloortje? Ik blijf erg graag betrokken. In ieder geval volg ik jullie altijd al op een afstand. Maar ik hoop natuurlijk zeker ook in de toekomst nog wel met jullie samen mee te kunnen trekken of mee te kunnen denken op de momenten dat dat nuttig en nodig is. Nee, heel veel dank voor dit hele leuke en mooie gesprek. Ik wens jullie nog vele jaren met het huis. Met het goede werk waar jullie mee bezig zijn. En terecht dat jullie trots terugkijken op de afgelopen vijf jaar. Super dat het er is, het huis. En heel mooi dat jullie plannen hebben om het breder te gaan verspreiden. Het gedachtegoed. En hoe je dat dan doet. Dus dank voor het gesprek.